De Tula van Toos Hagenaars

De Tula van Toos Hagenaars

COLUMN – Goed gemutst en breedlachend loopt ze me tegemoet “Hee, hallo, hoe ist?” Toos, een van de vele kleurrijke kunstenaars die Winschoten rijk is.

Bert van Vondel

“Goed, ‘k klaag niet”, antwoord ik en we raken al snel in gesprek net buiten de deuren van de Lidl waar ze net wat kleine inkopen heeft gedaan. “Hoe ist met jou dan” vraag ik op mijn beurt aan deze jonge dame op leeftijd. Blij van zin geeft ze in het warme middagzonnetje kort verslag van de dagelijkse dingen die haar bezig houden. Kunstzinnig actief is ze niet meer, haar handen hebben haar wat in de steek gelaten, vorig jaar heeft ze er een punt achter gezet. “Ben ook al 87”, zegt ze. “Het wil gewoon niet meer.”

Toos, ze was actief en productief als beeldhouwster en tekenares en haar werken hangen, liggen of staan wijd verspreid, ook in het koopmansstadje zelf. Vaak pronte bronzen werken evenals kleinere plastieken zoals de door haar ontworpen en gemaakte Johan Poppenprijs waarvan ikzelf ook een heb mogen ontvangen. “Vind je het goed dat ik een klein stukje over je schrijf?”, vraag ik haar. Ze vind het prima, “maar ik heb geen Facebook hoor” zegt ze waarop ik haar zeg er een printje van te maken en bij haar thuis te brengen. Ze woont vlak bij het trein- en busstation en dat brengt m’n gedachten terug in de tijd.

In de tuin voor haar huis stond jaren geleden een van haar bronzen beelden te pronken, een mansgroot mensenbeeld, dat geregeld een ludieke rol toebedeeld kreeg in de lokale taxibranche. Elke nieuwe chauffeur van het toentertijd vermaarde taxibedrijf De Grooth kon er op rekenen door de rittenplanners op kantoor voor de gek gehouden te worden. Geregeld werden nieuwelingen naar de Emmastraat 16 gedirigeerd om daar een passagier op te pikken. Onderweg daar naartoe werd gemeld dat de persoon de taxi al buiten stond op te wachten en werd langs neus en lippen gemeld niet vreemd op te kijken als de persoon wat schaars gekleed was.

Op het adres aangekomen trof de chauffeur een naakte bronzen neger aan die schitterend glansde achter het tuinhek. Toos zag er de humor wel van in. Het was het beeld dat ze gemaakt had in de tijd dat ze met haar man in Curaçao woonde, het beeld van de leider van de Curaçaose slavenopstand van 1795. Plaatsing van het beeld lag toentertijd gevoelig omdat ze de figuur naakt uitgebeeld had. Toen Toos weer naar Nederland vertrok, nam ze het beeld mee en na een tijd in haar tuin gebivakkeerd te hebben staat het nu in de foyer van het plaatselijke Cultuurhuis, de Tula van Toos.

Foto: Brigitte Ruijtenbeek/Britts Fabriek