Column: Les

Column: Les

COLUMN – Mijn vriend Gerard ging werken op het VMBO in Amsterdam-West. Op een dag stuurde hij een jongen de klas uit.

‘s Middags hingen er een paar zware familieleden tegen zijn auto. “Ga jij maar met de bus naar huis”, zeiden de mannen met veel borsthaar en gouden tanden. “Wij passen zolang wel op je auto.”

Mijn vader vertelde vaak dat toen hij op school zat en de meester binnenkwam de leerlingen moesten opstaan om hem te begroeten. De meester was streng. Als je niet luisterde nam hij je aan je oor mee de klas uit. Bij straf kreeg je van hem met een lineaal een pak voor je broek. Of je moest in de hoek staan met een bordje ‘Ezel’ om je nek. Thuis vertelde je met schaamte over de straf op school. De corrigerende tik moest nog worden uitgevonden. Daarom stond de handafdruk van vader de volgende dag nog in je bil.

We zijn van meester via docent en leraar afgegleden naar Guus. De titel is gedevalueerd tot een voornaam. Weg is het aanzien. We leven in een omgekeerde maatschappij waarbij ouders hun prinsjes en prinsesjes op een voetstuk hebben staan. Er wachten genoeg luizenmoeders op het schoolplein. Wapperend met hun iPhone. Want hun godenzoontje moet snel naar de hockeytraining. En daarna naar tennisles. Het vak leraar is verworden tot iemand die een krijtje gooit en een handgranaat terugkrijgt. Als het zo doorgaat is er binnen een paar jaar een lerarentekort voor zo’n 10.000 fulltime banen.

Tegenwoordig worden de leraren naar Amsterdam gelokt met een extra parkeervergunning en reiskostenvergoeding. In Rotterdam met goedkope woningen en een welkomstpremie van 5000 euro. Maar wie wil er nog als aangeschoten wild voor de klas staan en voor “kankerhoer” worden uitgescholden. Één op de vijf Nederlanders in het onderwijs heeft te maken met intimidatie, pesterijen en lichamelijk geweld. Dat leidde er zelfs toe dat een onderwijzeres uit complete wanhoop zelfmoord pleegde.

De verloedering is niet alleen te zien in het onderwijs. Randdebielen belemmeren politie, brandweer en ambulancepersoneel bij het uitvoeren van hun werk. Hoe kun je in hemelsnaam op de vuist gaan met iemand die een leven probeert te redden. Dan ben je echt volledig van het padje en schort er iets aan de nog resterende hersencellen. Als papa en mama een kind op de wereld zetten dat door hun opvoedkundig gepruts is veranderd in een tokkie zijn ze daar zelf verantwoordelijk voor. Als hun oogappeltje schade aanricht moeten ze dus gewoon even aftikken. En niet iedere keer de belastingbetaler.

Het grootste probleem blijft dat we te weinig tijd hebben. Altijd maar onderweg. Geld verdienen voor een groter huis en een dikkere auto dan de buren. De voor, tussen en naschoolse opvang zijn niet meer dan leuk verzonnen lapmiddelen. Thuiskomen en gezellig over je schooldag bijpraten met je moeder. Het zijn dierbare herinneringen die ik nooit meer vergeet. “Nog een kopje thee jongen..?” “Graag mam…!!”

Ronny Lammers

Foto: Ronny Lammers