Column: Vrijheid van meningsuiting?

Door | 6 augustus 2022

ZOMERCOLUMN – Eén van de mythes waar de meesten van ons hardnekkig in blijven geloven is dat we hier in het Westen vrijheid van meningsuiting hebben. En democratie, een glibberig begrip waarvan niet iedereen goed kan verwoorden wat dat nou eigenlijk inhoudt. Als ik spandoeken tegenkom met de kreet ‘Liefde, vrijheid, democratie’ zie ik dan ook een verwarrende samenvoeging van mooi klinkende woorden die inhoudelijk zeker wel een frictie met elkaar kunnen opleveren die niet altijd een-twee-drie opgelost kan worden. Denk alleen maar aan ‘liefde’ en ‘vrijheid’ en hoe die twee begrippen binnen een relatie tot nogal wat onbegrip en disharmonie kunnen leiden.

Bij vrijheid van meningsuiting moet ik altijd even denken aan de opkomst van de punkbeweging in de jaren ’70, die heel korte tijd een schokgolf veroorzaakte in zowel het culturele als het maatschappelijke leven. Het noemde zichzelf anarchie, hoewel het eigenlijk uitsluitend bestond uit rebellie, overmatig middelengebruik en rotzooi schoppen. Anarchie is toch echt wat anders, volgens de oorspronkelijke definitie dan. Er zijn diverse rellen geweest maar in de kern had het slechts één boodschap die een uitwerking had, namelijk dat de popmuziek met haar supersterren decadent geworden was en niet langer de man in de straat vertegenwoordigde. De uiterlijke stijl van de punk werd al gauw overgenomen door de mode producenten die ook tegenwoordig nog in de keuze van kleding en opmaak terug te vinden is. Hoe dan ook, de korte eruptie van cultureel, apolitiek lawaai leek aan te geven dat de grenzen van de vrijheid van meningsuiting vrij ruim zijn hier in het Westen.

De filosofie achter de punk was uitermate dun en had dientengevolge een heel korte levensduur, wat het mogelijk maakt te bestuderen wat een kapitalistische maatschappij als de onze nu eigenlijk doet met tegenstemmen: als je het niet kunt wegvagen neem je het op in het commerciële systeem en dan blijft vanzelf alleen het buitenkantje over en de uitbarsting van ongenoegen die eraan ten grondslag lag blijft krachteloos achter. Het doet denken aan het oudchristelijke gebruik om bijvoorbeeld eieren en een boom op te nemen in de viering van Pasen, zodat de heidense betekenis van vruchtbaarheid en de viering van de nieuwe lente compleet op de achtergrond raakten. If you can’t beat them join them, maar dan omgekeerd: je incorporeert de uiterlijke kenmerken in je eigen systeem en legt er je eigen boodschap overheen. Als je dat slim aanpakt verwatert de oorspronkelijke bedoeling vanzelf wel zonder dat je censuur hoeft op te leggen. Punk is een kledingstijltje geworden dat prima te combineren valt met een saai, volgzaam kantoorbaantje.

Je bent niet wat je gelooft?

Vrijheid van meningsuiting is in de loop van de jaren steeds meer in het persoonlijke domein terecht gekomen, in plaats van dat het een louter politieke betekenis heeft. Het Ezelsproces in 1968 van de Staat versus de schrijver Gerard Reve markeert die omslag wel aardig. In twee fragmenten van zijn brieven had de schrijver God voorgesteld als een ezel waarmee hij de liefde bedreef. En had daarmee de christelijke wereld flink geschoffeerd. De Hoge Raad oordeelde uiteindelijk dat er weliswaar van godslastering sprake was, maar dat een opzet om christenen als mens te krenken subjectief niet bewezen kon worden. Hier werd dus de mens losgetrokken van datgene waar hij zich mee verbonden heeft. Je ziet hoe dergelijke uitspraken van de rechterlijke macht in het algemene denken terecht kunnen komen als je bedenkt dat decennia later Wilders dezelfde scheiding aanbracht toen hij de moslim wereld schoffeerde: de redenatie was dat hij de Islam als een achterlijk geloof wegzette, maar het niet op de mensen zelf gemunt had. Hier zit in feite de vreemde redenering achter dat datgene wat mensen voor het meest dierbaar en intiem houden, en waarmee ze zich identificeren, bij het grofvuil gezet kan worden zonder dat je die mensen zelf raakt. Op een ander niveau gebeurt hetzelfde als je een man die zijn vrouw innig liefheeft vertelt dat zijn echtgenote in jouw ogen eigenlijk een stoephoer is. Die man gelooft in haar en je moet niet raar opkijken als hij na zo’n opmerking je grove bek met groene zeep gaat uitwassen. De meesten onder ons zullen dat niet onterecht vinden, niet beseffend hoe schizofreen dat eigenlijk is ten opzichte van de opvattingen van onze rechtsstaat.

De grenzen van de persoonlijke belediging werden aldus in de loop van de tijd steeds verder opgezocht en de meetlat waar je dat langs kunt leggen is hoe cabaretiers het over het koninklijk huis gingen hebben vanaf de jaren ’90, met Youp van ’t Hek als eerste baanbreker. Dat culmineerde in een ranzig vertoon van Hans Teeuwen in 2004 waartegen zelfs de komieken van Kopspijkers en Bert Visscher op de nationale zender protesteerden.  De discussie over fatsoen en discretie daargelaten geeft het een tendens aan van het denken over vrijheid van meningsuiting. Grenzen overschrijden lijkt een doel op zichzelf geworden te zijn, of het grappig is wordt dan aan de bezoekersaantallen overgelaten. Het persoonlijk kwetsen is een algemeen maatschappelijk verschijnsel geworden en de symptomen daarvan vind je terug in figuren als Marcel van Rosmalen en Martijn Koning die met hun opzettelijke beledigingen nauwelijks een gebrek aan inhoud camoufleren en die door de media valselijk als ‘satire’ en ‘cabaret’ worden gepresenteerd. Algeheel duidt het een culturele afvlakking waarin steeds minder waarden als respect en integriteit nog serieus genomen worden. Je kunt Rutte als leugenaar ontmaskeren en hij lacht het weg omdat het totaal geen consequentie meer heeft voor zijn positie. In de Verkhovna Rada (Oekraïens parlement) wilden ze voor zoiets nog weleens met elkaar op de vuist gaan, hier in de TK zijn ze te suf om te beseffen dat Barbertje moet hangen. Deze vorm van vrijheid van meningsuiting heeft uiteindelijk geleid tot de dood van woorden, waar ze nog enige betekenis dragen hebben ze nauwelijks meer effect, laat staan gevolgen. Je mag uitspreken wat je vindt zolang het niet iets werkelijks teweeg brengt. Of anders gezegd: er wordt hersenloos nogal wat afgeluld in dit land, maar als het over grote thema’s gaat waar je je gezond verstand bij moet gebruiken heerst er een verrassende trend van opgelegde consensus. En die consensus beperkt wel degelijk de ruimte die je meningsuiting nog heeft.

Het product ‘waarheid’

Ziedaar je vrijheid van meningsuiting. Je mag de straat opgaan met een spandoek, je mag in talkshows je persoonlijke verhaal komen vertellen, je expertise in het één of ander vakgebied tentoonstellen en kritiek leveren op de overheid over hoe zij iets aanpakken. Het publieke debat lijkt zo levendig in die professioneel aangeklede studio’s. Maar om iets te beoordelen moet je ook kijken of er misschien iets mist. En dan valt op dat bijvoorbeeld in de soms heftige discussies in de afgelopen twee jaar de tegenstem voornamelijk werd gepresenteerd door figuren die op het eerste gezicht al ongeloofwaardig waren. Zwaargewichten als Karel van Wolferen en Kees van der Pijl zag je niet uitgenodigd worden in de talkshows. De beweging in de samenleving was te sterk om te kunnen ontkennen, maar in de grote media die veel geld achter zich hebben werd er duidelijk gefilterd. Het heet dat we hier geen censuur kennen, maar de miljarden industrie heeft in plaats daarvan de kunst van het weglaten ontdekt. In plaats van oppressie heerst er selectie. Uiteindelijk is het het kapitaal dat de ‘waarheid’ in pacht heeft, de waarheid zelf heeft haar autonomie verloren.

Er wordt wat al te gemakkelijk over censuur gepraat alsof dat iets is in andere landen. In de Soviet Unie bijvoorbeeld was er van staatswege censuur, voor wat betreft politieke uitlatingen moest je oppassen als je te ver van de officiële lijn van de overheid afweek. Een vriend van me is als muzikant nog eens eind jaren ’80 in Leningrad geweest en weet zich goed te herinneren hoe songschrijvers hun boodschap moesten verpakken in symboliek om de censuur te ontwijken. Dat gold dan de politieke dimensie, binnen bedrijven en fabrieken was er daarentegen een cultuur dat er op de jaarlijkse vergadering het personeel kon stemmen of de manager zijn werk goed had gedaan. Hoe democratisch wil je het hebben. Had hij het niet goed gedaan dan vloog hij de laan uit. Het is eigenlijk het omgekeerde van wat hier gangbaar is: je kunt zoveel zeggen in politiek opzicht wat je wilt, er communistische of zelfs anarchistische ideeën op nahouden, maar vooral als je voor een groot bedrijf werkt merk je dat je daar niet zoveel te vertellen hebt en dat er ondanks de jofele je-en-jij cultuur een strikte hiërarchie heerst. Het is veelal een topdown structuur en de feedback richting bovenste verdieping is bepaald niet democratisch. Laat staan dat je als personeel eens per jaar de CEO’s voor het voetlicht kunt houden en eventueel zelfs aansprakelijk kunt stellen. Binnen ons systeem vormen zij de moderne kaste der onaantastbaren, hoewel ook zij zich op hun eigen verdieping hebben te houden aan de regels van het spel: conformeer je aan de grote thema’s en het zal goed met je gaan. Binnen die set van afspraken kunnen zij als keizers regeren over de verdiepingen onder hen. We leven in een consensus maatschappij en vrijheid van meningsuiting beweegt zich dan per definitie binnen dat schema van vastgelegde kaders. Wie zich niet beweegt zal van censuur nooit iets merken.

Met als gevolg dat de CEO’s binnen dat frame goeddeels naar eigen goeddunken kunnen bepalen wat wel en wat niet door de beugel kan zolang de aandeelhouders tevreden blijven, wat één van de spelregels is. Dat heet dan ‘intern bedrijfsbeleid’ en daar heeft de overheid dan volgens een andere regel weer geen bemoeienis mee, aldus Rutte. Hoe groter het concern hoe meer die regels intern bepalend worden. Maar ook extern. Social media bedrijven als Facebook en Youtube die de grootste markt bestrijken doen duidelijk steeds meer aan censuur. Uitingen die afwijken van het overheersende narratief over de grote onderwerpen van dit tijdsgewricht worden voorzien van waarschuwingen, er wordt verwezen naar ‘onafhankelijke’ factcheckers (die betaald worden door diezelfde corporaties), plaatjes worden afgedekt en er worden berichten weggehaald. De gebruikers voegen zich ernaar, vermijden bepaalde woorden te gebruiken en hele onderwerpen worden ontweken. Berichten die te ver afwijken kunnen bestraft worden met soms maandenlange uitsluiting van gebruik van het medium. Het andere geluid wordt domweg weggehaald, soms zelfs een jaar nadat je iets geplaatst hebt, tot zover terug gaan de controle mechanismen van deze platforms.

En in sommige gevallen word je al domweg geweerd, ook al maak je je niet schuldig aan seksisme, grove belediging of ander ongepast gedrag. Social media bepalen zodoende in hoge mate de inhoud van het publieke debat en Den Haag is de lachende derde. De overheid doet een stap terug want een sociaal thema zoals bijvoorbeeld de genderproblematiek wordt overgelaten aan het bedrijfsleven dat zich ‘maatschappelijk betrokken’ voelt. Wat overigens naadloos past in de ideologie van het WEF met zijn ‘shareholder’ ideeën, het bedrijfsleven dat steeds verder ingrijpt en dus dwingend bepalend wordt voor de omgeving waar wij in leven en de levenswijze die wij verkiezen. Wat onherroepelijk wel moet schuren met de vrijheid om je te uiten.

Sancties op journalistiek

Deze trend in de stiekeme censuur rukt steeds verder op. Het voorlopig dieptepunt zien we de afgelopen tijd in de sancties die aan privépersonen worden opgelegd. Wij die zo hechten aan vrijheid van meningsuiting zouden het extra moeten kunnen waarderen dat er onafhankelijke journalisten rondlopen die op eigen kracht verslag doen vanuit oorlogsgebieden. Het zou de culminatie moeten heten van die vrijheid. In Kiev wordt dat echter sowieso niet op prijs gesteld, de Oekraïense journalist en blogger Anatoly Shariy is gevlucht naar Spanje omdat hij anders gearresteerd zou worden. Een andere Oekraïense journalist, Oles Buzina, werd in april 2015 vlakbij zijn flat doodgeschoten. Vijf andere publieke figuren die de voormalige president Janoekovytsj steunden en dus niet op de lijn van het huidige regime zaten waren hem al voorgegaan in dit fatale lot.  Dit gebeurt dus in een land waarmee we geassocieerd zijn en dat we toegezegd hebben lid te worden van de EU. En waarvan veel mensen wegvluchten om heel andere redenen dan de inval van een naburig land.

Vrijheid van meningsuiting. Alina Lipp, een Duitse onafhankelijke journaliste, schreef over de gruweldaden van het Oekraïense leger in de afgelopen acht jaar. Mede door haar inbreng heeft de ADR het verhaal moeten rectificeren dat de markt in de stad Donetsk gebombardeerd zou zijn door de Russen, terwijl dit een wandaad van de Oekraïners was. De Duitse regering heeft haar aangeklaagd en heeft ondertussen de bankrekeningen van haar én haar vader geblokkeerd. Hangende het onderzoek is er geen sprake van hoor en wederhoor, zij heeft niet het recht om haar verhaal te vertellen en er hangt haar een gevangenisstraf van drie jaar boven het hoofd. Ze wordt geweerd van bepaalde social media en haar PayPal account is geschorst.

Vrijheid van meningsuiting. Evenals bij de Chileens-Amerikaanse Gonzalo Lira wordt er alles aan gedaan om financiële ondersteuning (vaak via donaties) onmogelijk te maken. De Londenaar Graham Philips, die ook al jaren verslag doet vanuit de Donbass, heeft van de Britse regering te horen gekregen dat hij gesanctioneerd is en al zijn bezittingen zijn in beslag genomen. Lui Sivaya heeft een Russisch-Spaans paspoort en als onafhankelijk journaliste in de Donbass kreeg ze in het begin veel haatmails en wordt bedreigd door het openbaar maken van haar persoonlijke gegevens: burgers doen lustig mee aan de nieuwe censuur. De inbreng van het grootkapitaal in deze negatieve tendens maakt dat er lelijke fascistische trekjes aan zitten.

Het werk van een journalist is om verhalen, gebeurtenissen naar buiten te brengen, zodat de maatschappij en politiek hierover een debat kunnen houden en een beleid voeren gebaseerd op hun bevindingen. De grote mediaconcerns laten het na om journalisten naar dit gebied te sturen. De paar Westerse journalisten die er wel zijn riskeren hun leven en reputatie als zij belangrijke zaken naar buiten brengen. Als dank daarvoor worden ze van social media afgegooid, besmeurd en belachelijk gemaakt, van financiële middelen afgesneden of zelfs naar de gevangenis gestuurd omdat ze simpelweg hun werk doen. Er is in toenemende mate een vijandige campagne van tech-bedrijven, regeringen en rechtbanken om anti-oorlogsretoriek te smoren hier in het Westen” – Djuki San, onafhankelijke journalist in Donetsk.

We create new realities

Ondertussen is de glorietijd van de Meester van Propaganda Zelensky wel ten einde gekomen. Navo-baas Stoltenberg zei dat ze Oekraïne blijven steunen, een zwaar afgezwakte versie van het verhaal een paar maanden geleden waarin Navo  onwankelbare steun en middelen toezegde om de Russen een bloedneus te bezorgen. Het andere doel waar de Navo zich op richt volgens Stoltenberg is het voorkomen van een escalatie die zou leiden tot een grootschalige oorlog tussen de Navo en Rusland. Het belang van de Navo is duidelijk verschoven richting zelfbehoud en het voorkomen van gezichtsverlies. Intern waren er in Kiev al wrijvingen (Zelensky ontsloeg een maand geleden meer dan twintig mensen die op belangrijke posities zaten), maar nu lijkt de legerleiding zich steeds kritischer uit te spreken over de orders van de politieke leiding nu de afgelopen dagen de keuze om troepen niet te versterken geleid heeft tot een smadelijke nederlaag in de noordelijke Donbass. Daar bovenop komt uit Amerika het bericht dat er een ‘diep wantrouwen’ is tussen het Witte Huis en president Zelensky.

Om nog een nagel in zijn doodskist toe te voegen bracht Amnesty International  deze week een rapport uit over de oorlogsmisdaden van het Oekraïense leger, waaronder het gebruik van menselijke schilden, iets waarvoor je kortgeleden nog de mond werd gesnoerd als je dat ter sprake bracht. Amnesty heeft de gewoonte om misstanden aan het licht te brengen van landen waar de Verenigde Staten een regime change nodig achten, een beeld dat versterkt wordt door de oorverdovende stilte van hun kant over Julian Assange. Nu mag dan eindelijk gezegd worden dat een groot tegenoffensief naar het land van de fabelen verwezen kan worden. Kiev heeft een volstrekt falende strategie gevolgd gebaseerd op ondermeer foutieve inschattingen van het Britse MI6 (die een offensief adviseerden omdat ze meenden dat de Russische voorraad artillerie munitie uitgeput raakte; het tegendeel is waar, het artilleriegeweld wordt alleen maar intensiever) en het Oekraïense leger heeft nu volgens officiële Westerse berichtgeving zich wel degelijk aan grove misdaden schuldig gemaakt. Er zal ongetwijfeld een zondebok gezocht worden en je mag verwachten dat Zelensky onder de bus gegooid gaat worden. Niet dat het suffe publiek alhier opeens z’n blauwgele vlaggetjes in de fik zal steken, daar zorgen de mediaconcerns wel voor door meer aandacht te schenken aan de woede van de president over het rapport dan aan het rapport zelf. Maar in de marges wordt er al geknabbeld aan de reputatie van de onverzettelijke oorlogsheld.

Aan de hand van het rapport van Amnesty, die in dit soort gevallen uiteindelijk de spreekbuis van de overheid is, kun je illustreren hoe we telkens een verhaal in worden geduwd dat de machten die boven ons zijn gesteld het beste uitkomt. Men heeft zich lelijk misrekend in de kracht van de Russische economie en haar militaire kwaliteiten en zoekt nu naar een verhaal om die gigablunder een draai te geven die nog geloofwaardig is. Wat grote media als Washington Post, The Guardian en de New York Times in voorgaande jaren over het fascisme rapporteerden mocht opeens vanaf februari niet meer gezegd worden. Het feit dat Amnesty nu met dit rapport komt geeft aan dat de wind vanuit een andere richting gaat waaien. Totdat ze die misrekening ruiterlijk gaan erkennen, wat ik niet verwacht, blijft de waarheid en in het verlengde daarvan de vrijheid van meningsuiting echter nog steeds het ondergeschoven kindje, simpel omdat het grootkapitaal niet op zoek is naar de waarheid maar naar het beste verhaal. De directe verslaggeving uit het gebied zelf van Alina, Graham, Patrick, Djuki, Lui en Gonzalo zal nooit tot het grote nieuws behoren. Simpel omdat vrijheid van meningsuiting niet perse iets te maken hoeft te hebben met waarheidsvinding.

Erkennen dat Oekraïne verloren heeft betekent overigens nog niet het einde van de vijandigheid tegenover Rusland. SpoorPro, het vakblad voor de spoorsector meldde in juli dat de Europese Commissie heeft voorgesteld om een standaard Europese spoorbreedte in te voeren omdat die verschillen tot beperkingen in de transportsector kunnen zorgen. Het tijdstip is opvallend, want waarom komt dit nu ter sprake terwijl het item van de spoorverbreding al veel langer speelt en er wel nijpender problemen zijn? Laat ik een suggestie geven die wel in de grimmige sfeer van dit moment past: de Russen kozen in de tijd van de Tsaren om strategische redenen voor breedspoor (1524 mm tegenover 1435 mm voor normaalspoor) met de invasie van Napoleon en de Krimoorlog in gedachten. Een andere spoorbreedte kan troepenverplaatsing en bevoorrading in vijandelijke gebied namelijk lelijk hinderen. De invasie van de nazi’s gaven deze gedachte natuurlijk nog een extra impuls, de trein moet noodzakelijkerwijs stoppen bij de grens. Onder de landen die de EU noemt zijn de Baltische staten en ook vanuit Polen en Hongarije bestaan er nog steeds breedspoorlijnen richting Oekraïne. U mag uw eigen conclusie trekken, maar denk niet dat de Europese Commissie louter aan onschuldig goederenvervoer denkt. Treinen zijn een essentieel onderdeel bij de logistieke uitvoering van een militaire operatie …

Ik houd alle opties open, maar met de al jaren bestaande gewoonte om de stem van de andere kant te onderdrukken houd ik de woorden van Fidel Castro in het achterhoofd: “The next great war will be fought between Russia and fascists who will call themselves democracies”. Niet dat de politiek hierdoor ook maar een centimeter zal bewegen, maar ik denk dat je in deze turbulente tijd zo’n gedachte zeker wel een keer mag uitspreken.

Over de auteur

Hielke de Boer heeft meer dan dertig jaar in de financiële sector gewerkt bij zowel internationaal opererende bedrijven als kleine sociaal-culturele instellingen. Zijn columns betrekken de maatschappelijke ontwikkelingen in een context van geopolitiek, culturele verschijnselen en historische achtergronden.