Wie de motorkap opent om olie bij te vullen, komt al snel codes tegen als 5W30, 5W40 of 10W40. Die codes vertellen hoe dik of dun de olie is bij verschillende temperaturen. In het noorden, met koude winterochtenden en veel korte ritten, is dat belangrijker dan je zou denken.
De code in twee delen
De aanduiding komt uit de indeling van de Society of Automotive Engineers, kortweg SAE, en is vastgelegd in de norm SAE J300. Het eerste deel, de 5W, beschrijft hoe de olie zich gedraagt bij kou. De W staat voor winter. Hoe lager dat getal, hoe dunner de olie blijft als het vriest.
Het tweede deel, de 30, beschrijft de dikte bij een bedrijfstemperatuur van ongeveer honderd graden. Een olie met twee getallen heet een multigrade en werkt over een breed temperatuurbereik. Een 5W30 en een 5W40 verschillen dus in viscositeit. Welke van de twee de goede is, bepaalt de motor.
Waarom die eerste seconden bepalend zijn
Een groot deel van de slijtage in een motor ontstaat vlak na het starten. Op dat moment ligt de olie nog in het carter en moet ze door het hele smeersysteem worden gepompt. Tot dat gebeurd is, draaien lagers en nokkenassen met een dunne of onvolledige smeerfilm.
Bij vorst blijft een 5W-olie beduidend dunner dan een 10W of 15W, waardoor ze sneller op de smeerpunten is. Rijd je vooral korte stukjes, naar het werk in de stad of even naar de sportclub, dan maak je die koude start relatief vaak mee en telt dat verschil op.
Stationair laten warmdraaien helpt daar overigens niet bij. De motor komt zo juist langzaam op temperatuur en de olie blijft langer koud. Rustig wegrijden en de eerste kilometers laag in het toerental blijven, is beter voor de motor dan vijf minuten voor de deur staan te draaien.
De letters achter de code zijn minstens zo belangrijk
Naast de SAE-klasse staan er specificaties op de fles, van ACEA (de Europese vereniging van autofabrikanten) en API (het American Petroleum Institute), en vaak ook goedkeuringen van de autofabrikant zelf. Die beschrijven het additievenpakket: hoe goed de olie reinigt, hoe ze omgaat met roet en of ze geschikt is voor een roetfilter.
Een diesel met roetfilter vraagt bijvoorbeeld meestal een low SAPS-olie, in de ACEA-indeling een C-klasse. Zo’n olie laat minder as achter. Een 5W30 zonder die specificatie heeft dan wel de juiste viscositeit, maar hoort niet in die motor.
Zo kom je bij de juiste fles
Je hoeft geen monteur te zijn om dit goed te doen. Loop deze punten na:
- Zoek in het instructieboekje op welke SAE-klasse is voorgeschreven.
- Kijk welke ACEA- of API-specificatie erbij staat.
- Controleer of de fabrikant een eigen goedkeuring eist.
- Heb je een roetfilter, let dan op een low SAPS-olie uit de C-klasse.
- Meng niet structureel verschillende oliesoorten door elkaar.
Verversen: kilometers of tijd
Bij auto’s met een longlife-onderhoudsschema kan het verversingsinterval oplopen tot tienduizenden kilometers. Daarnaast geldt een maximale termijn, meestal één of twee jaar. Wie weinig rijdt, haalt die kilometergrens nooit en moet dus op de tijd letten, want olie veroudert ook als de auto stilstaat.
Vervang bij het verversen ook het oliefilter. Zit dat vol, dan gaat het op een gegeven moment in bypass en stroomt er ongefilterde olie door de motor. Het prijsverschil is verwaarloosbaar, dus sla het niet over.
Rijd je veel korte ritten, dan is eerder verversen verstandiger dan het maximum opzoeken. De motor komt dan vaak niet op temperatuur, waardoor vocht en brandstofresten in de olie achterblijven. Kijk bij het kiezen van 5W30 voor moderne motoren daarom altijd verder dan de viscositeit en vergelijk de specificatie op het etiket met je instructieboekje. Dat geldt voor een grote oliemaatschappij net zo goed als voor het Nederlandse merk 77 Lubricants.



