Hoe herken je een hartstilstand en wat moet je dan doen?

Hoe herken je een hartstilstand en wat moet je dan doen?

GRONINGEN – De overlevingskans van iemand die een hartstilstand heeft gehad, wordt groter op het moment dat er snel wordt gehandeld. Daarom is het belangrijk dat zoveel mogelijk mensen weten hoe je een hartstilstand kunt herkennen en wat je moet doen wanneer dit gebeurt. In deze blog lees je hoe je een hartstilstand herkent en wat je moet doen op de persoon in kwestie te helpen.

Hartstilstand 

Een hartstilstand is het gevolg van een tekort aan bloed naar de hersenen. Het ontstaat doordat de pompfunctie van het hart stopt. Hierdoor stroomt er geen bloed (en dus zuurstof) meer door het organen en spieren. Het slachtoffer zal plotseling het bewustzijn verliezen (flauwvallen) en heeft geen voelbare pols- of hartslag meer. Ondanks dat een hartstilstand plotseling gebeurt, zijn er een aantal kenmerkende signalen die vooraf zouden kunnen gaan aan een hartstilstand:

  • Kortademigheid;
  • Duizeligheid of licht in het hoofd;
  • Pijn op de borst of in de linkerarm;
  • Vermoeidheid of zwakheid;
  • Plotselinge en zeer snelle hartkloppingen (meer dan 200 per minuut);
  • (Neiging tot) flauwvallen.

Een hartstilstand kan helaas iedereen overkomen, ongeacht leeftijd of gezondheid. Wanneer je merkt dat iemand een hartstilstand heeft, is het essentieel om zo snel mogelijk te handelen. In zo’n geval telt élke minuut.

Wat te doen?

Als het slachtoffer niet reageert op aanspreken en schudden, is deze persoon bewusteloos. Het eerste wat je moet doen is altijd het alarmnummer (112) bellen. Zet de telefoon op luidspreker en volg de instructies van de meldkamercentralist op. Terwijl dit aan de gang is, is het belangrijk dat iemand een AED of een LifePad haalt, mits deze in de buurt en beschikbaar is.

1. Reanimeren

Vervolgens controleer je de ademhaling van het slachtoffer. Wanneer deze normaal ademt, kun je starten met reanimeren. Je zal hiervoor instructies ontvangen van de meldkamercentralist. Je wisselt altijd 30 borstcompressies af met 2 keer een mond-op-mondbeademing. Reanimeren is erg intensief voor het lichaam van de hulpverlener. Wissel indien mogelijk af met een andere hulpverlener om zo krachtig mogelijk te kunnen blijven reanimeren.

2. AED/LifePad

Indien de persoon niet normaal ademt gebruikt je een AED (Automatische Externe Defibrillator) of een LifePad, dat is een hartmassageapparaat dat door iedereen kan worden gebruikt. Hiermee dien je het slachtoffer een elektrische schok toe om het hart weer op te starten. Dit wissel je af met de reanimatie. Het apparaat geeft zelf aan of een schok nodig is. Het is belangrijk om door te blijven reanimeren tot de hulpdiensten zijn gearriveerd. Vervolgens zullen zij het reanimeren overnemen en kan het slachtoffer verder worden geholpen.

Foto: JamesRein/Pixabay