GRONINGEN – Een kwart van de basisschoolleerlingen in Nederland krijgt aanvullend onderwijs, zoals betaalde bijles, huiswerkbegeleiding, examen- of Cito-training. Dat valt te lezen in het rapport De Staat van het Onderwijs 2021 van de Inspectie van het Onderwijs dat afgelopen maand verscheen.
Volgens het Nederlandse inspectie-orgaan volgde een kwart van de leerlingen in groep 8 van het basisonderwijs in 2018/2019 een vorm van aanvullend onderwijs. Het gaat dan voornamelijk om oefenen buiten schooltijd, bijles en ondersteuning bij specifieke leerbehoeften aan de hand van extra leermateriaal. Uit een onderzoek van de inspectie onder ouders van leerlingen in groep 7 bleek dat 20 procent van de leerlingen een jaar eerder, in 2019, gebruik had gemaakt van aanvullend onderwijs.
Bijles meest voorkomend
De meest voorkomende vorm van aanvullend onderwijs is het gebruik van bijles. Hierbij ging het in de helft van de gevallen om gratis bijles, doorgaans aangeboden via de school of gemeente of de kennissenkring. In de andere helft van de gevallen ging het om betaalde bijles. De gemiddelde kosten voor ouders die bijles door een professionele organisatie hebben laten geven, kwamen in 2019 neer op 718 euro. De reden om bijles aan te vragen is niet vreemd. Volgens de Onderwijsinspectie beheerste een te grote groep leerlingen voor 2020 al onvoldoende taalvaardigheid, rekenvaardigheid en maatschappelijke competenties.
Leerlingen op achterstand
Al voor de coronacrisis bleek ruim een kwart (27 procent) van de leerlingen in het basisonderwijs niet te kunnen schrijven op het afgesproken minimale basisniveau. En uit internationaal onderzoek bleek eerder al dat 24 procent van de 15-jarige leerlingen niet (of niet meer) kan lezen op basisniveau. Ook bij rekenen kan het veel beter: jaarlijks halen ongeveer 50.000 leerlingen uit groep 8 niet het streefniveau dat ze wel moeten kunnen halen. Deze leerlingen lopen volgens het inspectie-orgaan het risico om uiteindelijk laaggeletterd of laaggecijferd het onderwijs te verlaten.
Corona vergroot gevolgen
De gevolgen van de coronacrisis komen daar nog eens bovenop. Uit onderzoek van de Onderwijsinspectie bleek namelijk dat basisschoolleerlingen het afgelopen jaar minder progressie hebben geboekt dan de jaren ervoor. Dit geldt zowel voor rekenen en wiskunde, spelling als voor begrijpend lezen. En hierin is een tweedeling te zien. De gevolgen zijn het sterkst geweest voor leerlingen met een lage of gemiddelde sociaaleconomische achtergrond. Voor alle drie de domeinen geldt dat de vertraging ongeveer anderhalf keer zo groot is bij leerlingen met een lage en gemiddelde sociaaleconomische status dan bij leerlingen met een hoge sociaaleconomische status.
Achterstand werkt door
De cijfers over basisvaardigheden zijn het meest concreet in het basisonderwijs. Toch blijkt een gebrek aan taal- of rekenvaardigheid volgens de Onderwijsinspectie door te werken in alle lagen van het onderwijs, van mbo tot hbo en wetenschappelijk onderwijs. Zo schakelde 5 procent van de ouderejaarsstudenten tijdens hun studie bijvoorbeeld ook aanvullend onderwijs in omdat het taalonderwijs Nederlands in de vooropleiding niet aansluit op dat wat er in de studie verwacht wordt.
Foto: Katerina Holmes/Pexels



