GRONINGEN – Ben je als zzp’er (zwaar) getroffen door de gevolgen van de coronapandemie? Dan weet je waarschijnlijk dat er verschillende vormen van overheidssteun voorhanden zijn. Een voorbeeld daarvan is belastinguitstel, waardoor ondernemers hun belasting op een later moment mogen betalen. We nemen de regels van de Belastingdienst hieronder met je door.
Het verbaast je waarschijnlijk niet dat veel zzp’ers en mkb’ers sinds de uitbraak van het coronavirus in maart 2020 in zwaar weer zitten. Sommigen van hen ontvangen zelfs helemaal geen inkomsten, waardoor de kans groot is dat er inmiddels behoorlijk wat schulden zijn opgebouwd. Schulden door boekhouder kosten, bijvoorbeeld. Of door doorlopende huurprijzen.
Nog een voorbeeld van zo’n schuld die in het bijzonder veel voorkomt, is een schuld bij de Belastingdienst. Geen inkomsten betekent tenslotte geen betaalde rekeningen. Daarom besloot de Belastingdienst zich eerder dit jaar relatief coulant op te stellen ten opzichte van de late betalers. Ondernemers met schulden konden tot en met 1 oktober 2020 uitstel van betaling aanvragen. Wie dat deed, en wiens aanvraag werd goedgekeurd, hoefde de achterstallige belasting pas vanaf 1 juli 2021 te betalen. De ondernemers in kwestie kregen daar bovendien een periode van 36 maanden (drie jaar) voor.
Een verzoek tot uitstel vereiste slechts één aanvraag en gold dan direct voor alle lopende belastingschulden. Gold, inderdaad. Want aanvraag van uitstel is inmiddels niet meer aan te vragen: die mogelijkheid verliep op 1 oktober 2021.
Op 1 januari 2021 betaalt iedereen dan ook weer belasting op de gebruikelijke manier. De schuld die tussen 12 maart 2020 en 1 oktober 2020 is opgebouwd, wordt ook wel de coronaschuld genoemd en mag, zoals gezegd, later worden betaald, mits er dus tijdig een aanvraag is gedaan.
Extra uitstel en sneller aflossen
Heb je al uitstel van belastingbetaling aangevraagd? Dan heb je de mogelijkheid deze te verlengen tot 1 januari 2021. Je mag dan de schuld die tussen 12 maart 2020 en 1 januari 2021 is opgebouwd later aflossen.
Het kabinet heeft daarnaast de invorderingsrente verlaagd naar 0,01%. Dit tarief geldt tot en met 31 december 2021 en moet ervoor zorgen dat ondernemers geen rente betalen over de reeds opgebouwde schuld. De invorderingsrente is normaal gesproken 4%.
Het is daarnaast mogelijk om je schuld sneller af te lossen dan in de door de overheid ingestelde periode van drie jaar. Je kunt bijvoorbeeld extra betalingen doen wanneer de zaken sneller dan verwacht weer aantrekken. De Belastingdienst raadt ondernemers in dat geval aan contact met ze te zoeken.
Urencriterium
Een andere maatregel die de Belastingdienst heeft genomen, heeft te maken met het urencriterium. Zzp’ers moeten 1225 uur per jaar met hun zaak bezig zijn om zichzelf officieel zzp’er te noemen. Het kan echter zo zijn dat je door de corona-uitbraak zó weinig werk hebt dat je daar niet meer aankomt. Deze ondernemers hoeven niet te vrezen voor hun voortbestaan, zo stelt de Belastingdienst. Ze gaan ervan uit dat er minder werk voorhanden is en geven aan dat ook ondernemers die tijdelijk minder dan 1225 uur nodig hebben gebruik mogen maken van verschillende ondernemersfaciliteiten. Dat geldt ook voor seizoensafhankelijke ondernemers, zoals zzp’ers in de horeca of de festivalbranche.
Voorlopige aangifte
Wéér andere maatregelen hebben te maken met de voorlopige aangiftes. Deze bevatten onder meer voorschotten op de inkomsten- en vennootschapsbelasting die mogelijk reeds zijn betaald. Voorlopige aangiftes zijn altijd gebaseerd op prognoses, maar die kunnen dit jaar wel veel lager uitvallen dan ingeschat. Ondernemers kunnen zodoende hun verwachte winst verlagen. Heb je al een jaarrekening laten maken, maar wordt er helemaal geen winst meer gemaakt? Dan kun je reeds betaalde belasting terugkrijgen.
Foto: Polina Tankilevitch/Pexels



