Inflatie in toenemende mate te zien in de consumentenprijzen

Inflatie in toenemende mate te zien in de consumentenprijzen

GRONINGEN – De hogere (inkoop)prijzen waar bedrijven gedurende de laatste maanden mee worden geconfronteerd, komen eveneens in toenemende mate tot uiting in een verhoging van de consumentenprijzen. Dat schrijft De Nederlandsche Bank (DNB) in een blog op haar website.

Het mag geen verrassing zijn dat de prijzen van grondstoffen, van halffabricaten en van transport de afgelopen periode sterk zijn gestegen. Vanaf maart vorig jaar zijn de prijzen namelijk fors omhoog geschoten. De olieprijs en koperprijs zijn in 7 jaar zelfs niet zo hoog geweest als vandaag de dag. Het gaat vooral om prijsstijgingen bij producten die voorheen juist voor een neerwaartse druk op de (Nederlandse) inflatie zorgden, zo weet DNB.

Aanbodbeperkingen

De sterke prijsstijgingen bij bedrijven werken inmiddels door in de prijzen voor de consument, die volgens de grootbank een beperking aan de aanbodkant van de economie laten zien. De scherpe opleving van de wereldwijde vraag te midden van een opeenstapeling aan aanbodbelemmeringen lijken de belangrijkste oorzaak van de stijging in prijzen van grondstoffen en halffabricaten. Daarbij noemt DNB ook de ruime overheidssteun ten tijde van de coronamaatregelen.

Hogere productiekosten

Bedrijven kunnen de toenemende vraag van de consument volgens DNB maar nauwelijks bijbenen vanwege de lage voorraden en meerdere verstoringen in de (mondiale) handel. Zo zijn er bijvoorbeeld tekorten aan belangrijke halffabricaten, zoals halfgeleiders, hout, rubber en metalen, maar ook aan zeecontainers, wat resulteert in hogere grondstofprijzen en transportkosten. Daardoor worden bedrijven geconfronteerd met stijgende productiekosten die hogere consumentenprijzen tot gevolg kunnen hebben.

Consument de dupe?

Doordat bedrijven de kosten van productie door kunnen rekenen aan de consument, kan het probleem van de inflatie verschoven worden naar de huishoudens. Maar dat is volgens DNB geen garantie. De producentenprijzen kunnen namelijk ook snel weer dalen als de aanbodbelemmeringen achter de rug zijn. Dat was onder andere het geval bij de prijzen van hout en ijzererts. In enkele maanden nam de prijs van deze halffabricaten een duikvlucht vanwege meer aanbod en een afgenomen vraag.

Producent/consument

Het grote verschil tussen producentenprijzen en de consumentenprijzen is dat de eerstgenoemde veel volatieler is. Dat wil zeggen dat de prijsschommelingen in de producentenprijzen hoger zijn. Dat maakt het handelen in grondstoffen, bijvoorbeeld via een zogenoemde CFD (Contract For Difference), aantrekkelijk voor beleggers, investeerders en speculanten. Op die manier zou er dus van inflatie kunnen worden geprofiteerd. Maar tegelijkertijd heeft deze vorm van handelen een hoog risico om snel veel geld te verliezen als gevolg van de hefboomwerking.

Geringe doorwerking

In het verleden is er gebleken dat de doorwerking van producentenprijzen naar consumentenprijzen meestal gering is. Producenten geven de stijging in de kosten namelijk vertraagd en gedempt door aan de consument. En doorgaans is een stijging in de producentenprijs alweer omgeslagen voordat de consumentenprijs is aangepast. Toch doen er zich nu een aantal opvallende consumentenprijsstijgingen voor omdat de stijgingen in kosten nu groter en langduriger zijn.

Substitutieproducten

Het gaat dan vooral om producten die hout of computerchips bevatten of daar van afhankelijk zijn, zoals auto’s, computeraccessoires en houten meubelen. De hoge inflatie in deze producten is opvallend, omdat deze de afgelopen jaren juist aan de lage inflatie bijdroegen. Inmiddels zijn nieuwe auto’s, elektrische fietsen of houten bureaus moeilijk verkrijgbaar. Daarom wijkt de consument uit naar alternatieven, zoals tweedehands auto’s die daardoor ook in prijs stijgen.

Tijdelijke problemen

Volgens DNB komen de aanbodbeperkingen waarmee bedrijven op dit moment worden geconfronteerd met name door tijdelijke problemen. De grootbank acht het waarschijnlijk dat de druk op inflatie afneemt en de prijzen zelfs weer gaan dalen als de vraag naar producten normaliseert, er meer containers beschikbaar komen en er nieuwe chipfabrieken zijn gebouwd. DNB weet niet hoe lang deze transitieperiode zal gaan duren en stelt wel dat de problemen groter kunnen worden als deze langer aanhouden. Binnenkort komt de bank met een bredere analyse over de ontwikkelingen omtrent inflatie.

Foto: ResoneTIC/Pixabay