De Groningse grachten zijn tegenwoordig een plek voor woonboten, pleziervaart en rondvaarten. Een paar eeuwen geleden zag het er hier heel anders uit. Schippers brachten turf, graan en andere handelswaren naar de stad. Langs de kades werd geladen en gelost, terwijl trekschuiten reizigers naar dorpen in de provincie vervoerden. Het water was eeuwenlang onmisbaar voor de economie van Groningen. Daarvan zijn in de binnenstad nog altijd sporen te vinden.
De Diepenring was een belangrijke verkeersroute
De grachten rondom het centrum worden samen de Diepenring genoemd. Ze verbonden de stad met verschillende waterwegen richting de provincie Groningen, Drenthe, Friesland en uiteindelijk zelfs de zee.
Die verbindingen maakten Groningen tot een belangrijk handelscentrum. Goederen die vanuit het omliggende gebied werden aangevoerd, konden via de waterwegen verder worden vervoerd. Vooral voor zware vrachten was vervoer per schip aantrekkelijk. Over land ging dat een stuk moeizamer.
De namen van de huidige straten en waterwegen herinneren nog aan die geschiedenis. Denk aan het Schuitendiep, de Turfsingel, het Lopende Diep en de Noorderhaven. Het waren plekken waar schippers, handelaren en andere arbeiders dagelijks hun brood verdienden. In het historische verhaal Water in Stad: snikken en vloedlatjes wordt beschreven hoe de binnenstad via haar grachten verbonden was met vrijwel alle delen van de provincie. De waterwegen vormden destijds een uitgebreid netwerk voor handel en vervoer.
Langs het Schuitendiep werd hard gewerkt
Het Schuitendiep is een van de bekendste historische waterwegen van Groningen. Al rond 1400 werd deze verbinding aangelegd. Later werd de route uitgebreid en verbonden met het Winschoterdiep. Vooral het vervoer van turf was belangrijk. Turf werd gebruikt als brandstof en moest vanuit de veengebieden naar de stad worden gebracht. Schepen waren daarvoor bijzonder geschikt. Ze konden grote hoeveelheden vervoeren zonder dat alles over onverharde wegen hoefde.
In de omgeving van het Schuitendiep en Damsterdiep ontstond een buurt waar veel schippersfamilies woonden. Langs de kades waren ook bedrijfjes gevestigd die afhankelijk waren van de scheepvaart. Als je daar nu rondloopt, zie je vooral woningen, horeca en verkeer. Toch is het historische stratenpatroon op verschillende plekken nog herkenbaar. De smalle straatjes en de ligging van de gebouwen herinneren aan een tijd waarin het dagelijks leven sterk op het water was gericht.
Eb en vloed waren zelfs in de binnenstad merkbaar
Een minder bekend onderdeel van de Groningse watergeschiedenis is de invloed van de zee. Via het Reitdiep stond de stad lange tijd in verbinding met het getijdenwater. Daardoor waren eb en vloed ook in de Groningse grachten merkbaar. Schepen moesten rekening houden met wisselende waterstanden. Bij laagwater konden ze vast komen te zitten in het slib. Bij hoogwater ontstond juist het risico dat het water over de kades stroomde.
Bewoners langs het water hadden daar een praktische oplossing voor. Met zogenaamde vloedlatjes konden ze planken voor hun deuropening aanbrengen om het water buiten te houden. Pas aan het einde van de negentiende eeuw verdween de directe invloed van de zee door de afsluiting van het Reitdiep bij Zoutkamp.
Het is een opmerkelijk beeld: een historische Groningse woning waar de bewoners bij hoogwater planken voor de deur moesten zetten.
Van trekschuiten naar rondvaartboten
Niet alleen goederen gingen over het water. Ook reizigers maakten gebruik van de grachten en kanalen. Een bekend vervoermiddel was de snikke, een Groningse trekschuit die onder meer door paarden vanaf de oever werd voortgetrokken. Daarmee konden passagiers, vee en handelswaar tussen de stad en omliggende plaatsen reizen.
Met de komst van betere wegen, spoorverbindingen en andere vervoermiddelen verloor de trekschuit geleidelijk haar betekenis. Ook het karakter van de Groningse grachten veranderde. Tegenwoordig hebben de waterwegen vooral een andere functie. De kades zijn geliefde wandelplekken en op het water varen onder meer plezierboten en rondvaartboten.
Een rondvaart door Groningen biedt de gelegenheid om de oude waterstructuur vanuit een ander perspectief te bekijken. Bij een historische stadsrondvaart krijg je bovendien uitleg over het verleden van de stad. Zo krijgen de kades, gevels en bruggen die je onderweg ziet meer betekenis.
De geschiedenis zie je ook langs de kade
Je hoeft overigens geen boot te nemen om iets van dat verleden te ontdekken. Maak eens een wandeling langs het Hoge der A, de Noorderhaven en het Schuitendiep. Kijk naar de ligging van de oude gebouwen, de hoogte van de kades en de verbindingen tussen de verschillende waterwegen.
Vooral bij het Hoge en Lage der A zie je hoe nauw het water verbonden was met de ontwikkeling van de stad. De kades hebben verschillende hoogtes, een herinnering aan de vroegere invloed van de getijden.
De winkels, cafés en woonboten hebben het straatbeeld inmiddels veranderd. Het historische netwerk van waterwegen ligt er nog altijd. Wie erop let, ontdekt dat de oude handelsstad Groningen nog op allerlei plekken zichtbaar is. Je moet alleen af en toe even voorbij de terrassen kijken.



