Zelf LED spots inbouwen, hoe doe je dat?

Zelf LED spots inbouwen, hoe doe je dat?

GRONINGEN – Nu de herfst is begonnen laten we het buitenleven voor wat het is en maken we het binnenshuis weer knus en gezellig. Nog snel even de laatste dingen opknappen als voorbereiding op de lange winteravonden. En wat past daar beter bij dan LED spotjes? Daarmee creëer je de perfecte sfeer voor een avondje bankhangen, terwijl je heerlijk voor de open haard of tv ligt. In dit artikel lees je hoe je zelf zo’n LED spotje kunt inbouwen.

Het lijkt misschien veel werk, maar een LED spotje inbouwen is gemakkelijker dan je denkt. Je hoeft er geen elektricien voor te zijn of iemand die dagelijks aan het klussen is. LED spots zijn namelijk zo gemaakt, dan ze simpel kunnen worden ingebouwd. Je hebt alleen wel de juiste spullen en informatie nodig. En die geven we je graag in dit artikel. Stap voor stap leggen we je uit hoe je zelf een LED spot kunt inbouwen. En heb je na het lezen van deze woorden nog steeds je twijfels? Dan zijn die na het lezen van het volgende stappenplan zeker weggenomen, beloofd!

1. Het juiste LED spotje

Je hebt vandaag de dag ruime keuze als het gaat om LED verlichting. LED heeft de laatste jaren veel aan populariteit gewonnen en dat is te merken: er zijn LED spots voor binnen, voor buiten, slimme LED spotjes, spotjes met of zonder dimmer en met warm, neutraal of koel licht. Wanneer je voor het eerst een LED spotje gaat kiezen kun je door de vele opties snel overdonderd raken. Heb je nog geen idee welk spotje te kiezen? Bedenk dan allereerst in welke ruimte de LED spots moeten komen te hangen. In de woonkamer zou je bijvoorbeeld kunnen kiezen voor een warme kleur, terwijl een koel spotje in de keuken misschien beter zou passen.

Daarnaast zul je van tevoren moeten uitrekenen op welke afstand de spotjes van elkaar moeten komen te hangen. De minimale afstand tussen inbouwspots is 30 centimeter en in de gebruiksaanwijzing van de meeste spots staat vaak ook een maximale afstand die je moet hanteren. Neem vooraf in ieder geval eens goed de tijd om rustig rond te neuzen op verschillende websites en showrooms om de LED spots te vinden die voldoen aan jouw eisen. Schroom bovendien niet om een adviseur te vragen met je mee te denken. Hij of zij kan je goed adviseren over de uitstraling van LED verlichting.

2. Serie- of parallelschakeling?

Wanneer je de juiste spotjes hebt gevonden is het tijd om de juiste aansluiting te kiezen. Je wilt de spots waarschijnlijk aansluiten op één stroompunt, maar kies je dan voor een parallelschakeling of voor een serieschakeling? Bij een serieschakeling gaat de stroom van het ene spotje naar het andere, terwijl de stroomverdeling bij een parallelschakeling parallel verloopt. Wanneer er een spotje kapot gaat, blijven de andere dus wél branden bij een parallelschakeling, maar niet bij een serieschakeling. Welke van de twee schakel manieren je kiest is afhankelijk van de stroomsterkte van de LED spots.

LED inbouwspotjes van 350, 500, 700 of 1050 milliampère (mA) moet je bijvoorbeeld in serie schakelen en spotjes van 12, 24 of 230 volt (V) kun je beter doorlussen via een parallelschakeling. Dat doorlussen doe je door alle positieve en negatieve kanten van de spots met elkaar te verbinden, zodat de elektriciteit door meerdere stroomcircuits kan lopen. Dit klinkt allemaal wat technisch, maar zodra je het verschil tussen deze twee schakelingen weet wijst veel zich daarna vanzelf. Vergeet alleen niet om de stroom in de meterkast uit te zetten voordat je begint en dubbelcheck dit!

3. Meten en voorbereiding

Nu je weet welke manier van schakelen je moet kiezen, is het tijd om alle tools en items te verzamelen. Uiteraard heb je de LED inbouwspotjes nodig, maar die gaan natuurlijk niet branden zonder een elektriciteitsdraad. Je hebt daarvoor electriciteitsdraad nodig met randaarde, te herkennen aan de groengele kleur. Ook heb je kroonsteentjes nodig en vanzelfsprekend een stekker of (wand)contactdoos. Qua gereedschap gebruik je een potlood, meetlint, gatenboor, geïsoleerde schroevendraaier met spanningszoeker en een tang om de buitenkant van de draad én de draad zelf door te knippen.

4. Aan de slag

Als je alles bij de hand hebt, meet je exact uit waar de spots moeten komen te hangen. Deze plekken markeer je met potlood en boor je vervolgens nauwkeurig uit met de boor. De houders van de LED spots plaats je in de gaten en de meegeleverde transformator sluit je aan op de contactdoos die je boven het plafond plaatst. Elk aansluitsnoer gaat daarna vanuit het plafond door een gat naar beneden en wordt aan een LED spotje verbonden. In de handleiding staat precies hoe je dit op elkaar aansluit. En klinkt dit nou allemaal toch iets te technisch? Dan kun je natuurlijk altijd hulp inschakelen van een elektricien. Dus, wat LED je?

Foto: HOerwin56/Pixabay