Voor een middag wandelen zijn een paar boterhammen en iets te drinken zo ingepakt. Blijf je een nacht weg, dan komen daar ineens een avondmaaltijd en een ontbijt bij. Zeker wanneer je zelf voor je eten zorgt, loont het om vóór vertrek de eetmomenten op een rij te zetten. Wat eet je onderweg, wat op je overnachtingsplek en waar kun je iets bereiden?
Begin dus bij je weekendplan. Als je accommodatie ontbijt verzorgt, hoeft dat niet in je rugzak. Wil je na het wandelen zelf koken, controleer dan welke voorzieningen aanwezig zijn. Zo voorkom je dat je wel een maaltijd meeneemt, maar geen manier hebt om die klaar te maken.
Laat de wandeling je planning bepalen
Een wandelweekend hoeft geen aaneengesloten tocht te zijn. Je kunt ook vanuit één overnachtingsplek verschillende routes verkennen. In het Westerkwartier loopt bijvoorbeeld het Boswachterspad Doezumerstruun, met een startpunt in Opende. Je wandelt er langs oude petgaten en door moerasbos. Staatsbosbeheer waarschuwt voor natte grond, dus kijk bij de voorbereiding verder dan alleen de route op de kaart.
Bepaal ook of je onderweg wilt lunchen of pas na terugkomst uitgebreid eet. Voor een dagwandeling kunnen boterhammen prima passen. Bewaar de maaltijd die voorbereiding vraagt voor een plek waar je daar de tijd en voorzieningen voor hebt. Plan eventuele boodschappen en het bijvullen van drinkwater vooraf, in plaats van erop te rekenen dat het onderweg wel lukt.
Droog eten scheelt water in de verpakking
Bij vriesdrogen wordt water uit het eten verwijderd. Daardoor weegt de maaltijd minder voordat je hem bereidt. Voor een weekend waarbij je zelf eten draagt, kan dat aantrekkelijk zijn. Het water dat je later toevoegt, moet natuurlijk nog wel ergens vandaan komen.
Wie maaltijden wil vergelijken, kan bij Buitensportvoeding verschillende vriesdroogmaaltijden bekijken. Let naast de smaak op de portiegrootte, ingrediënten, allergenen en bereidingswijze. Controleer ook de hoeveelheid water die nodig is. Een kleine verpakking zegt op zichzelf weinig over hoeveel je uiteindelijk op je bord hebt.
Kies per eetmoment iets dat bij je plannen past. Ga bij je ontbijt niet automatisch uit van dezelfde bereiding als bij je avondeten. Bekijk daarom iedere verpakking afzonderlijk, ook als de maaltijden van hetzelfde merk komen.
Tel bereidingswater apart mee
Maak op je paklijst onderscheid tussen water om te drinken en water voor het eten. Als je beide uit dezelfde fles haalt, verbruik je tijdens het koken een deel van je drinkvoorraad. Controleer dus vóór vertrek waar je kunt bijvullen.
Volg voor het klaarmaken de aanwijzingen op de verpakking. De hoeveelheid water en wachttijd kunnen verschillen. Bereid een maaltijd alleen in de zak als die daarvoor bedoeld is. Neem een lepel mee en een zakje waarin je gebruikte verpakkingen weer mee terugneemt.
Probeer een onbekend gerecht eerst thuis. Dan ontdek je of de portie bij je past en hoe het bereiden werkt. Leg daarna je eten per dag klaar en loop de eetmomenten nog één keer langs: zaterdag onderweg, zaterdagavond en zondagochtend. Wat je overnachtingsplek al verzorgt, kun je van die lijst schrappen.



