Beter (winter)barbecueën met deze vijf tips

Beter (winter)barbecueën met deze vijf tips

GRONINGEN – De zomer is nog ver weg, maar dat weerhoudt ons er niet van om alvast 5 tips te geven om beter te barbecueën. Want ook de winterbarbecue lijkt steeds populairder te worden.

Barbecueën is iets dat velen van ons nog met zon en warm weer associëren, maar ook een buitenkeuken kopen waarmee je in de winter kunt barbecueën begint meer en meer een trend te worden. Goed ingepakt met winterjas, handschoenen, muts en sjaal is ‘s winters barbecueën goed te doen. Stel jezelf daarbij een glaasje glühwein of warme chocolademelk voor en versier de tuin met mooie sfeerverlichting, zoals fakkels, een vuurkorf of lampjes. Zie hier het recept voor een gezellige avond. En voor het goed en veilig laten verlopen van de winterbarbecue hebben we vijf tips voor je opgeschreven.

Tip 1: Kolenstarter gebruiken

Het aansteken van een barbecue kan in de zomer al een hele opgave zijn, maar in de winter zul je ook nog rekening moeten houden met kou en (natte) sneeuw. Daarom is het verstandig om een kolenstarter -ook wel: aanmaakkoker- te gebruiken. Hiermee kun je snel en eenvoudig briketten of houtskool verhitten, waardoor je binnen een kwartier al hete kolen onder het rooster hebt liggen. Op deze manier duurt het aanmaken van de klassieke barbecue net zo lang als de opstarttijd van een gasbarbecue. Voor het beste resultaat gebruiken je de kolenstarter met een tweetal aanmaakblokjes.

Tip 2: Twee hittezones creëren

Nadat je de barbecue hebt voorzien van brandende kolen of briketten, is het zorg om deze goed te verspreiden. Je zou ervoor kunnen kiezen om de kolen of briketten evenredig te verdelen, maar je kunt in plaats daarvan ook hittezones creëren. Dikke stukken vlees hebben namelijk meer gaartijd nodig dan de dunnere stukken. Om die reden kun je een zone maken met directe hitte (recht boven de hete kolen/briketten) waarmee je de steaks gelijk kan grillen én een zone met indirecte hitte (een plek waar geen kolen of briketten liggen).

Tip 3: Houdt de deksel dicht

Wanneer je barbecue een deksel heeft, is het aan te raden om deze zoveel mogelijk gesloten te houden. Op die manier blijft de temperatuur constant en kun je het vlees op een gecontroleerde manier laten garen en werkt de barbecue dus eigenlijk hetzelfde als een heteluchtoven. Houd je de deksel open? Dan zul je het vlees voortdurend moeten omdraaien en blijven opletten. Bovendien zal het vlees met een deksel op de barbecue veel sappiger zijn, al dien je voor het laten dichtschroeien van het vlees natuurlijk wel eerst de deksel eraf te laten.

Tip 4: Gebruik een tang

Hoog vuur, een heet rooster, omhoog vliegende asdeeltjes en springende kolen zorgen ervoor dat je het liefst niet te dicht bij het vlees wilt komen. Wie het vlees omdraait met een vork zal zich dan ook even achter de oren moeten krabben. Beter is om hiervoor een barbecuetang te gebruiken, het liefst in combinatie met vuurvaste handschoenen. Met een goede en lange tang creëer je als het ware een verlengstuk voor je arm en kun je veilig barbecueën.

Tip 5: Maak een Plan B

De laatste tip is het maken van een Plan B. Het weer in Nederland kan namelijk wel eens anders uitpakken dan gedacht. Zorg er dus voor dat je rekening houdt met harde wind, sneeuw en regen. Plaats de barbecue daarom op een strategische plek en zorg ervoor dat je over een paar dekzeilen beschikt waarmee je een deel van je tuin kunt afdekken. Vergeet ook niet om voldoende licht bij de barbecue te plaatsen, zodat de kok duidelijk zicht heeft op het vlees.

Foto: Graham Padmore/Unsplash