Opinie

Column: Deense dagen

De vakantie aan de Deense kust zit erop, het serieuze leven is weer begonnen.

Mentaal sta ik nog met één been aan het Oostzeestrand – omschakelen is niet mijn sterkste kant. In Denemarken drukte ik de deur naar Nederland krampachtig dicht. Lukte aardig. Op een avond viel een tafeltje verderop het woord ‘Zaltbommel’. Fuck, Hollanders. Meteen weer associaties met die A2-brug en allemaal andere dingen waar je niet aan wil denken als je op vakantie bent.
We verbleven in een huisje op een paar honderd meter van het strand. Het huisje was niet gemaakt voor lange mensen, ik moest op meerdere plekken bukken. Dat ging een hele tijd goed. Op de voorlaatste vakantiedag knalde ik alsnog met mijn harses tegen het Scandinavisch laaghout (gødverdømme!).

Het dunbevolkte Møn was lekker rustig. Ideaal. Weinig verkeer, weinig toeristen. De krijtrotsen van Møns Klint waren het hoogtepunt (ze waren ook letterlijk het hoogste punt). Honderdveertig meter boven zeeniveau. Aan de horizon zag ik de pijlers van de Sontbrug tussen Kopenhagen en Malmö. Afstand: zeventig kilometer.

In Kopenhagen was ik nog nooit geweest. Ik kende het alleen van… ja, van wat eigenlijk? Van De Grote Bosatlas? Het beeld van de kleine zeemeermin vormde het toeristisch epicentrum. Een komen en gaan van selfiesticks en recreanten die vooral oog hadden voor zichzelf. Een Aziatische man was aan het videobellen geslagen en kraamde allerlei onverstaanbare taal uit. De familie in Wuhan-of-waar-dan-ook kon er ongetwijfeld chocola van maken.
Verder was Kopenhagen compact. Een stad met een gezond BMI, geen vadsige metropool. Geen stad waar je over de zwervers struikelt en op iedere straathoek onpasselijk wordt van de smerige putlucht. Bij dit laatste speelt de ligging aan zee wellicht een rol, maar goed, dat ligt New York ook en daar meurde het toch behoorlijk.

Op de terugweg naar Nederland kwamen we uit bij de Mac in Bremen. Op het buitenterras was het groot feest, er werd een Turkse verjaardag gevierd. We vielen met onze neus in de baklava. Op de parking was het een komen en gaan van onbetaalbare SUV’s. Geen getüter (misschien is dat in Duitsland verboden?). Er hing een gemoedelijk Happy Meal-sfeertje en het leek me vooral zaak dat zo te houden, je weet anders maar nooit waar je jezelf terugvindt. Aan het Autobahnkreuz genageld of tussen het onkruid onder dreieck Delmenhorst. Gezellig is anders.

Ik mis Denemarken. Gelukkig hebben we de Carlsberg nog.

Foto: Nathanael Schmer (Pexels)