Het meest onuitstaanbare aan dat hele ChatGPT is toch wel dat overdreven, slijmerige toontje.
Niemand is 24/7 opgewekt en niemand eindigt standaard met een vervolgvraag – lekker weertje hé? Wist je dat het op dit moment in heel veel steden lekker weer is? Als je wil kan ik een overzicht geven van steden met de meeste zonuren. Nee, bedankt.
Ik moest onlangs denken aan Diederik Stapel, de Tilburgse ‘hoogleraar’ die in 2011 werd ontmaskerd. Hij bleek zijn hele levenswerk bij elkaar te hebben verzonnen. Man, wat zal die Diederik blij worden van ChatGPT. Had ie twintig jaar eerder moeten hebben, dan was al dat intimideren bij de koffieautomaat niet nodig geweest. Je vraagt Chat gewoon even om wat wetenschappelijk gebroddel samen te smelten, en voilà, een paar seconden later heb je je proefschrift. Ik hoor u denken: is het echt zo simpel? U bent geboren vóór 1990, da’s duidelijk. Wat ik hierboven beschrijf is tegenwoordig heel normaal, als ik het NRC-artikel moet geloven dat ik afgelopen week las. In dat artikel vertelde een leraar dat hij tegenwoordig blij is als hij een fout aantreft – want dat is een teken van mensenwerk. Verder heeft de docent zich bij de situatie neergelegd. Wat kun je beginnen tegen studenten die letterlijk alles aan elkaar lijmen met copy paste, en er bovendien geen enkele moeite voor doen om dit te verbergen? Iedereen een onvoldoende geven? Dan hebben we straks een tekort aan academici. Het alternatief is dat u op een dag wordt geopereerd door een chirurg die een uur eerder aan een chatbot heeft gevraagd wat een scalpel is.
Als encyclopedie is het allemaal nog tot daaraan toe. Veel gevaarlijker wordt het natuurlijk wanneer je om sociaal-emotionele input vraagt van een psycholoog met stekker. De huisarts is voor veel mensen al een drempel, want dan moet je praten. Iemand aankijken. Iets vragen. ChatGPT past in die zin in de trend van jongeren die geen telefoongesprek meer durven te voeren. Je hoeft het ongemak niet meer te omarmen als je het ook kunt passeren.
Wat is de volgende stap? Iets met robots, ongetwijfeld. In sommige restaurants draaien (rollen?) robots al mee in de bediening, ter vervanging van knappe serveersters in strakke spijkerbroeken.
Een paar jaar geleden zat ik in zo’n restaurant. De robot stopte keurig voor een uitgebluste labrador, die vervolgens zijn kans schoon zag en begon te likken aan een bord met kipsaté. Nee, als we dan toch bezig zijn: het zou mooi zijn als je de dame blanche niet meer hoeft te bestellen. Dat die robot op basis van je buikomvang al heeft bepaald dat je voor een dessert gaat. En als je dan, na de cappuccino, weigert een fooi te geven, dan verschijnt er een doodshoofd op de display.
Maar dat is wellicht allemaal nog wat ver weg.
Foto: Shantanu Kumar (Pexels)



