Wie is op dit moment de beste wielrenner?
Ooit was dat een vraag waar ik even over na moest denken, maar nu is er slechts één antwoord mogelijk: Tadej Pogačar. Het is onvoorstelbaar, bijna buitenaards, zó goed als deze jongen is. Hij wint alles en heeft bijna alles al een keer gewonnen. Als hij zondag Parijs-Roubaix op zijn naam schrijft dan is de collectie voorjaarsklassiekers compleet. Onvoorstelbaar, niet te bevatten – ik herhaal het nog maar eens. Hij wordt vergeleken met wielergod Eddy Merckx maar ergens denk ik dat dit niveau nog grootser is. Merckx was toch een andere tijd, niet helemaal te vergelijken met nu. Het wielrennen is de afgelopen jaren sterk genivelleerd. Renners zijn meer en meer aan elkaar gewaagd, de verschillen zijn minimaal. Tegenwoordig weet iedereen hoe je slim moet trainen, eten en rusten – ook de amateurs. Michael Boogerd zei ooit dat hij vroeger gewoon elke dag keihard ging fietsen. Zo hard en zo lang mogelijk. Met de kennis van nu is dat het domste dat je kunt doen.
Hoe Tadej precies traint weet ik niet. Wel weet ik dat zijn wattages extreem zijn, en dat hij over het vermogen beschikt om deze wattages gedurende een lange tijd ‘weg te trappen’. Dit kun je tot op zekere hoogte verbeteren met training, deels is het genetisch. Ieder mens heeft zijn eigen, ietwat elastische grens. Wat verder fascinerend is aan deze renner, is zijn veelzijdigheid. Vaak zie je dat een bepaald type renner heel goed is op een bepaald type terrein – maar verder niet. Voorbeelden te over hebben we afgelopen jaren gezien van renners die vreselijk goed waren op de kasseien, terwijl ze in Luik-Bastenaken-Luik nog geen deuk in een pakje boter reden (en andersom). Tom Boonen en Fabian Cancellara waren ijzersterk in de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix, maar dan was het qua klassiekers wel gedaan. Een renner als Chris Froome reed meestal alleen Luik, om de benen te testen. Alberto Contador liet de klassiekers doorgaans helemaal schieten.
Juist daarom is het zo bijzonder wat Tadej presteert, hij kan het op alle terreinen, het hele voorjaar lang. En als dan de Grote Rondes beginnen staat hij er wéér. De Tour heeft hij inmiddels al vier keer gewonnen.
Hoe kan één renner anno 2026 zo dominant zijn? Natuurlijk spookt het woord doping door mijn hoofd. Vooralsnog ga ik er vanuit dat Tadej schoon koerst. De controles zijn streng en het EPO-tijdperk, met Armstrong aan het roer, ligt ver achter ons. Het zou natuurlijk kunnen dat er iets is wat wij nog niet kennen, maar dan is het een kwestie van tijd voordat dit paardenmiddel wordt ontdekt. En dan wordt Tadej alsnog ter verantwoording geroepen, raakt hij zijn zeges kwijt, enz.
Dat scenario zou de doodsteek zijn voor het wielrennen. Nee, dan geloof ik liever dat Superman echt bestaat.
Foto: Germar Derron (Pexels)



