Opinie

Column: Boekbespreking

Ik ben onlangs begonnen in Mimosa, het boek opent met de zin: Ik wil in de Bijlmer wonen, zodat ik al mijn zwarte buurmannen kan neuken.

Over deze zin en een handjevol andere passages was drie jaar geleden, toen het boek verscheen, veel ophef. Niet echt verrassend. Waarschijnlijk geheel volgens plan. Als je een boek lekker wil laten verkopen heb je twee opties: schrijf een goed boek, of zorg ervoor dat mensen boos worden.
Ik ben nu halverwege en bijster goed is het niet, maar ja, je blijft toch nieuwsgierig. In die zin is het dan wel weer geslaagd. Ook het idee dat alles, zoals de schrijfster beweert, écht is voorgevallen maakt het bijzonder prikkelend. Een fictief neukverhaaltje voor het slapen gaan kunnen we allemaal wel verzinnen.

Tijdens de vakantie in Denemarken heb ik Mist gelezen, het nieuwste boek van Wilfried de Jong. De Jong heeft een toegankelijke stijl, die makkelijk wegleest. Zijn boeken over wielrennen vond ik altijd erg leuk, je merkt aan alles dat hij een liefhebber is. Die bevlogenheid ontbrak in Mist. Het waren op zich allemaal wel komische, ietwat gênante verhalen – écht bevlogen werd het nergens. Misschien toch een gevalletje schoenmaker, blijf bij je leest. Wilfried jongen, ouwe Rotterdammert: het is niets persoonlijks. Mensen die van wielrennen houden kunnen bij mij sowieso niet stuk. Schrijf er nog eens een boek over zou ik zeggen.

Ook recent gelezen: Headshot van Rita Bullwinkel (mwoah), Piaggio van Hendrik Groen (slecht), en Platenbaas van Gerard Ekdom (must-read voor elke muziekliefhebber!).

Dan, tot slot, een boek dat ik al een paar keer heb gelezen en waar ik om blijf lachen: J. Kessels: The novel van P.F. Thomése. Dit boek is gewoon zó verschrikkelijk goed geschreven. Al zijn de meningen daarover, het zal ook ’s niet, verdeeld. De grap is natuurlijk dat Thomése altijd bekend stond om zijn literaire hoogstandjes, toen hij ineens met dit grofgebekte kutboek (je hoort het Kessels zeggen) op de proppen kwam. Alsof De Librije ineens besluit om frikadellen te gaan serveren.
Het verhaal is misschien niet heel sterk, het boek moet het hebben van de schrijfstijl. Thomése weet alles met een bepaalde smoezeligheid te omlijsten. Hamburg is dan uiteraard de stad die je moet hebben. Met de vunzige Reeperbahn, het Hamburgse Stratumseind, als ijkpunt.
Ik heb dit boek nu een keer of drie gelezen, en elke keer weer moet ik lachen.

De verfilming, met Lammers als J. Kessels, raad ik niemand aan. Die doet het boek echt tekort.

Foto: Pixabay (Pexels)