Column: De beste

Column: De beste

COLUMN – Het was in 2004 geen verrassing meer toen mijn vader, op een benauwde dag, terugkwam van de campingreceptie. “Armstrong heeft het geel.”

Armstrong kreeg altijd de gele trui. Soms na een dag, soms na twee weken – maar hoe dan ook: hij kreeg het geel om zijn schouders. Het was net zo vanzelfsprekend als de zonsopkomst. Net zo zeker als het gegeven dat je op een dag je laatste adem uitblaast.

Op het kleine tv’tje bij de campingreceptie zagen we onze voorspelling, zomer na zomer, werkelijkheid worden. De andere toeschouwers op de plastic stoelen waren geen Fransen; die waren al lang afgehaakt. De Fransen zagen in Armstrong een grote bedreiging voor het chauvinisme. Ze vonden dat de Tour was gekaapt. Het podium in Parijs was gereserveerd voor een charmante Fransman – niet voor een gladjakker uit Texas.

Het interesseerde Armstrong niets. Critici werden direct afgepoeierd. “Ik kom hier om te winnen en niets anders dan dat. Vragen?”

De “buitengewone” prestaties op de fiets werden al bij de eerste Tour-overwinning, in 1999, fluisterend in twijfel getrokken. Het was Engelse commentatoren opgevallen dat Armstrong nauwelijks leek af te zien. Bij een demarrage in de Alpen had hij dezelfde gezichtsuitdrukking als tijdens een rustig trainingsrondje. De tong hing niet bepaald op het stuur, terwijl de concurrentie op datzelfde stuk asfalt al stoempend uit beeld verdween. De commentatoren vonden het hoogst opmerkelijk. Hoe kon iemand zó sterk zijn? Iemand die nota bene bijna was gegrepen door kanker.

Er kwam niet direct een antwoord. De bewondering voor het bovenmenselijke niveau won het in eerste instantie van de argwaan. Ook bij mijn vader, ook bij mij. Ik gooide het op toewijding. Pure toewijding. Trainen, trainen en nog eens trainen. In combinatie met een Amerikaanse sportmentaliteit en een woordenboek waarin “losing” niet voorkomt. Die powermix zou zich op een dag sowieso uitbetalen, dat leek me niet meer dan logisch.

Toen duidelijk werd dat de dominantie niet van tijdelijke aard was, nam de twijfel toe. In de eindeloze verafgoding ontstonden langzaam maar zeker haarscheurtjes. Journalisten begonnen lastige vragen te stellen. Vragen waarop Armstrong altijd wel een antwoord had. Meestal een lang antwoord, zo lang dat je na een minuut niet meer wist wat de vraag was. Armstrong gebruikte oogcontact om de tegenstand te intimideren. Hij zat op de top van de apenrots, en dat zou de rest weten ook.

In 2005 won Lance zijn zevende Tour. Tot grote opluchting van de Fransen kondigde Armstrong aan het bij zeven keer te houden. Een opluchting die drie jaar standhield; in september 2008 liet de Amerikaan weer van zich horen. Hij miste de sport, dacht op zijn achtendertigste nog wel wat potten te kunnen breken en kondigde een comeback aan. Het “oh non!” was tot ver buiten de Franse landsgrenzen te horen.

Armstrong kwam terug maar brak geen potten. Wel een sleutelbeen. De in het verleden behaalde resultaten boden geen garantie voor de toekomst, zo bleek. Armstrong was nog steeds bovengemiddeld goed, maar niet langer de beste. De factor leeftijd liet zich niet negeren. In 2010 verdween Lance definitief uit de Tour, ditmaal enigszins roemloos. Er konden geen jaren worden toegevoegd aan de golden years, de periode 1999-2005.

In 2013 gaf Armstrong toe dat het niet alleen pure toewijding was geweest. Kort samengevat: zonder apotheek kun je geen Tour winnen – laat staan zeven keer op rij. Ook tijdens het wereldkampioenschap in 1993 was er al doping in het spel, zo werd vorige week duidelijk. Het deed me weer denken aan al die zomers in Frankrijk. Aan het kleine tv’tje bij de campingreceptie. Aan de voorspelde Tour-update van mijn vader (“Armstrong heeft het geel”). De man die jarenlang regeerde op de racefiets was ook de beste in het misleiden van de massa.

Over de auteur

Deze column is geschreven door Derek Hogeweg. Derek is programmamaker bij OOG Radio en fanatiek wielrenner. Zijn columns gaan over uiteenlopende onderwerpen. In alle gevallen betreft het de mening van een lange man.

Foto: Derek Hogeweg