Opinie

Column: Egmond aan Zee

Één Duitser maakt nog geen zomer, maar als de hele boulevard vol staat met witte nummerplaten dan weet je dat het seizoen begonnen is.

Er waren meer mensen (Duitsers!) die hadden besloten het pinksterweekend door te brengen in Egmond aan Zee. Ik zal niet naïef doen, dit had ik kunnen weten. Gelukkig had het appartement met zeezicht een eigen, ietwat krappe parking, waar ik het na tien keer steken opgaf. Bijzondere verrichtingen waren nooit mijn sterkste kant.

De eerste avond eindigden we bij een restaurant waar de bediening een offday had. Of waren het, bij gebrek aan personeel, de oververmoeide eigenaren zelf? Keine Ahnung. Het is natuurlijk ook niet leuk om de hele avond halve liters Erdinger te moeten serveren terwijl je zelf het liefst een slok zou nemen. De chagrijnige gastvrouw die het eten kwam opdienen was helemaal in de war, alle tafeltjes stonden – blijkbaar – door elkaar. Hardop vroeg ze zich af waarom het terras zo’n puinhoop was geworden. Toen we hadden afgerekend kwamen er nieuwe gasten aanlopen. De man vroeg nietsvermoedend of er nog plek was, de gastvrouw wilde al “nee, sorry” zeggen maar haar partner was nét sneller met zijn “ja, natuurlijk”. Ik hoorde de diepste zucht die ik ooit gehoord heb.

Op een ander terras zag ik hoe een paar smoezelige mannen met bierbuiken (Duitsers?) de serveerster – kort rokje, strakke witte blouse – onnodig lang aan de praat hielden. Natuurlijk, we snappen ‘m. Liever twee billen op tafel dan twee cappuccino. “Ik heb hier een Ice Tea Green” hoorde ik haar zeggen, je zag ze denken: wij hebben hier ook wat hoor, onder de tafel. Dingen. Aan een ander tafeltje beklaagde een man zich bij diezelfde serveerster dat er iets niet heet genoeg was. Wat dat ‘iets’ precies was kon ik niet verstaan.

Op het strand was het in ieder geval goed heet. Een gevalletje Heel Holland Bakt (Das große Backen). Nog nooit zoveel rode nekken bij elkaar gezien. Zelfs met de kennis van nu zijn er nog mensen die rustig de hele middag ongesmeerd in de volle zon gaan liggen garen. Sommigen waren medium-rare, anderen well done. Je zou ze het liefst omdraaien met een gigantische barbecuetang. Hoogtepunt was een forse man in een klapstoel die, in de volle zon, zijn reeds rood uitgeslagen borstkas aan het insmeren was.
Verder de gebruikelijke strandterreur: verdwaalde ballen, frisbees. Ghettoblasters, uitsloverij met jetski’s en speedboten. Op de achtergrond de onuitputtelijke stroom giftige dampen van Neerlands trots, Tata Steel.

Je zou het niet zeggen, maar op een hete zomerdag is het goed toeven in Egmond aan Zee.

Foto: Jeannie Heinrich (Pexels)