Column: Echte berg

Column: Echte berg

Niets is leuker dan fietsen in de bergen. Helaas moet ik voor de dichtstbijzijnde col een dag in de auto zitten.

Met andere woorden: als je in Groningen woont is de Hondsrug de enige plooi in het biljartlaken – de Drenthse VAM-berg buiten beschouwing gelaten. Hier in het hoge noorden moet ik het vooral hebben van viaducten. Viaducten waar soms zelfs een bocht in zit, zodat je ergens helemaal in de verte nog het gevoel hebt dat je op de Stelvio fietst.

Hoe dan ook niet voldoende om de honger naar het serieuze klimwerk te stillen.

Afgelopen jaren ben ik een paar keer in het Teutoburgerwoud geweest, omgeving Tecklenburg. Daar heb je heuvels. Qua moeilijkheidsgraad vergelijkbaar met de heuvels in Zuid-Limburg. Je kunt er aardig wat hoogtemeters maken en sommige beklimmingen zijn erg mooi, zoals de Lienener Berg (mét haarspeldbochten!).

Maar toch: je hebt bergen en je hebt bergen.

Een echte berg is imposant en zie je van heinde en verre aankomen. Een echte berg intimideert je met zijn donkere contouren aan de horizon. Op de top staat een mast, of in ieder geval een gebouw. De beklimming is minimaal tien kilometer lang en vereist een uitstekende conditie.

In mijn zoektocht naar een “echte berg” kwam ik vier jaar geleden uit bij de Brocken, de hoogste piek in het Duitse Harzgebergte (1141 m). Een duizender, op een goede vier uur rijden van Groningen. Ik was meteen onder de indruk. Ik had nog nooit van de Harz gehoord, dus ook niet van de Brocken. Een berg van meer dan een kilometer hoog; dan kom je langzaam maar zeker in een ander segment. Een segment dat meer riekt naar Vogezen en Zwarte Woud in plaats van Ardennen.

Een minuut na de Harz-ontdekking volgde al teleurstelling, toen ik opmerkte dat de Brocken een einzelgänger is. De K2 van de Harz, de Wurmberg, blijft steken op 971 meter. Daarna gaat het rap bergafwaarts. Er zijn ook genoeg heuvels te vinden van krap vierhonderd meter.

De Harz moet het hebben van de Brocken. Punt. Bij helder weer is de berg vanuit Hannover te zien, ruim tachtig kilometer verderop – dát maakt indruk.

In 2016 kwam ik voor het eerst in de Harz. Vanaf een camping net buiten Braunlage fietste ik naar de top van de Brocken. Groot voordeel: de beklimming is autovrij. Dit heeft echter meteen als nadeel dat mensen breeduit op de weg gaan lopen. De spookverhalen op fora over het slechte wegdek bleken onterecht; de weg was recent opnieuw geasfalteerd. Ideaal. De stijgingspercentages mochten geen naam hebben; het steilste stuk was een strook van 10,2%. Dat is niet steil als je weet hoe het voelt om stukken van 25% onder de wielen te hebben.

Het uitzicht vanaf de top was prachtig – zoals het hoort te zijn bij een echte berg.

In het lange Harz-weekend heb ik verder nog de Oderberg gefietst, richting Sankt Andreasberg. Mooi, maar toch al weer vergelijkbaar met de hogere Ardennen. Verder is het lastig fietsen in de Harz, simpelweg omdat het gebied niet is ingesteld op wielrenners. Er zijn weinig verbindingswegen en op de wegen die er wel zijn is het daardoor druk. Té druk. Het fietst gewoon niet relaxt als je continu wordt ingehaald door vrachtverkeer.

Als je naar de Harz gaat, vergeet dan de Brocken niet. De rest is ook leuk maar maakt geen einde aan dat heimelijke verlangen naar een echte berg.

Over de auteur

Deze column is geschreven door Derek Hogeweg. Derek is programmamaker bij OOG Radio en fanatiek wielrenner. Zijn columns gaan over uiteenlopende onderwerpen. In alle gevallen betreft het de mening van een lange man.

Foto: Derek Hogeweg