Column: Ernstig

Column: Ernstig

COLUMN – Op een binnendoorweggetje richting Spijk verscheen er een melding op het dashboard. Ik was vergeten dat je ook tijdens een pandemie autopech kunt krijgen.

Voor de zekerheid stopte ik bij de oprit van een grote boerderij. Het symbool stond in het onderhoudsboekje, onder het kopje ‘motorstoring’. Dat leek mij vrij ernstig, al was er aan de auto niets te merken. Motorstoring: misschien was dat net zoiets als ‘hoofdpijn’ – meestal onschuldig, slechts zelden het symptoom van een levensbedreigende aandoening.

Een dag later belde ik de garage. Er werd voorgesteld om de auto uit te lezen, voor een goede diagnose. Ik kon meteen terecht.

“Jahoor, wij werken gewoon door in deze tijden.”

Het was niet druk bij de dealer. Ik liep naar de balie en stopte braaf bij een grijs stuk ducktape. Een medewerkster kwam naar me toe.

“Hoi.”

“Hey, ik heb gebeld.”

De opmerking dat ik had gebeld was totaal zinloos. Waarschijnlijk hadden er meer mensen gebeld.

“Het dashboard geeft aan dat de auto een motorstoring heeft”, voegde ik eraan toe.

“Is dat ernstig?”, vroeg ik nog voor de medewerkster kon reageren.

Een collega van de medewerkster had blijkbaar “motorstoring… ernstig…” opgevangen en zei dat een motorstoring van alles kon betekenen.

Ik werd verzocht de autosleutel op de balie te leggen. Even snapte ik niet waarom ik ‘m niet direct mocht geven maar twee seconden later snapte ik dat weer wel. Het tafereel deed me denken aan een aflevering van Bassie & Adriaan, waarbij ze “gelijk moeten oversteken” met de Baron. De koffer vol bankbiljetten was in dit geval een autosleutel.

In afwachting van een diagnose plofte ik neer bij een tafel vol oude magazines. Ik stelde mezelf de vraag of je corona kan krijgen van een besmette AutoWeek, maar was al op pagina vijf toen die vraag verdween in het archief van vragen die nooit beantwoord zullen worden.

Twee stoelen verderop begon een man ineens te hoesten. Ik wilde vragen of ik me zorgen moest maken, maar kon me net op tijd inhouden.

“Eeeuuh, meneer Hogeweg?” klonk het twintig tijdschriften later.

Ik liep naar de balie, zoals een patiënt naar een arts loopt die net de röntgenfoto heeft beoordeeld – en daarmee al iets meer weet. Net zoals diezelfde patiënt probeerde ik het gezicht van de arts te peilen. Hoe groot was de klap die ging komen?

De medewerkster hield een rapport vast, dat tien minuten eerder – zo had ik als een detective waargenomen, verscholen achter een tijdschrift – door een monteur was overgedragen aan het deel van de garage waar klanten mogen komen.

“En, is het ernstig?”, vroeg ik, duidelijk grappig bedoeld. Ik overwoog te vragen of mijn auto corona had, maar vond daarvoor niet het geschikte moment.

“Ja, het is ernstig”, antwoordde de medewerkster.

Ze lachte er niet eens bij.

Over de auteur

Deze column is geschreven door Derek Hogeweg. Derek is programmamaker bij OOG Radio en fanatiek wielrenner. Zijn columns gaan over uiteenlopende onderwerpen. In alle gevallen betreft het de mening van een lange man.

Foto: Derek Hogeweg