Column: Frikandel

Column: Frikandel

Sportman ben je voor het leven. Althans: dat zou je denken.

Arjen Robben is 36. Een leeftijd waarop de gemiddelde profvoetballer op de bank zit. Thuis. Graaiend in een zak chips, bezig om de schade van vijftien alcoholvrije jaren in te halen.

Arjen niet. Arjen is fit, kan nog altijd mee op het hoogste niveau. Waarom zou je met een uitstekende conditie in hemelsnaam op de bank gaan zitten? Leeftijd zegt niet alles. De Japanse profvoetballer Mirua is inmiddels 52 en nog steeds actief. Een uitzondering, oké. Maar het idee dat voetballers rond hun vijfendertigste “versleten” zijn is onzin. Het zijn met name hardnekkige blessures die roet in het eten gooien. Of motivatieproblemen. Want geloof het of niet: ook profsporters behandelen een carrière in de topsport soms als een kantoorbaan.

Doodzonde.

Toen Robben aangaf terug te keren bij FC Groningen kwam de geruchtenmachine op gang. Wesley Sneijder zou vergelijkbare plannen hebben. Ik zocht een actuele foto van Sneijder en moet toegeven dat ik schrok. ‘Zo, en nu ga ik het er eens even lekker van nemen’, moet Wesley gedacht hebben toen hij een jaar geleden besloot te stoppen. Van de sportman Sneijder was niets, maar dan ook helemaal niets meer over. In ieder geval niet zichtbaar – misschien dat er geestelijk nog een winnaarsmentaliteit over is gebleven. Wesley leek zich volledig over te hebben gegeven aan het bourgondische leven. Met de daarbij behorende consequenties en een BMI waar Chris Froome een hartverzakking van zou krijgen.

Ja, dat moet hij lekker zelf weten. Hij moet niets. Maar toch: ik begrijp het niet. Het knaagt, omdat gezondheid op deze manier bijzaak lijkt. Terwijl topsporters altijd zo hard staan te schreeuwen op congressen en in yoghurtreclames. Over hoe je gezond moet doen.

Nou, zo dus niet.

De lijst met vergelijkbare voorbeelden is lang. Danny Nelissen en Erica Terpstra waren ooit atletisch gebouwd. Yuri van Gelder bestelde tijdens de Olympische Spelen in Rio vijf bier, terwijl iedere stap van hem onder een vergrootglas lag. Ontzettend dom. Alcohol en sport gaan niet samen. Dat weet iedereen, zelfs de gemiddelde amateur die wel eens met een kater over het veld heeft gezwalkt. Laat staan als je eerder al in opspraak bent geraakt door cocaïnegebruik.

Ik kan er gewoon niet bij. Topsporter zijn is een voorrecht. Je hoeft je zogenaamde voorbeeldfunctie niet uit te buiten, maar doe dan in ieder geval normaal.

De enige persoon waarvan ik weet dat die het met mij eens is, is Maxim Hartman. Een man die zijn mening niet onder stoelen of banken steekt. In 2016 was Maxim samen met Rafael van der Vaart te gast in Studio Sport. Van der Vaart was zichtbaar te zwaar en gaf toe graag een frikandel te eten. Presentator Henry Schut reageerde lacherig, maar Maxim was onverbiddelijk en vond het absoluut niet kunnen. Frikandellen zijn immers niet gezond en ja, als je er maar genoeg van eet begint de weegschaal vanzelf uit te slaan.

Je zag het ongemak bij Van der Vaart. Hij lachte als een boer met kiespijn. Vooral omdat Maxim Hartman bekend staat als een grappenmaker, maar dit keer was hij bloedserieus.

En terecht. Van der Vaart viel in tijdens de WK-Finale in Zuid-Afrika, juli 2010. Topsport is mierrenneuken. De kleinste details maken het grootste verschil. Het is niet ondenkbaar dat we slechts één frikandel verwijderd waren van de wereldtitel. Hopelijk was ie lekker.

Over de auteur

Deze column is geschreven door Derek Hogeweg. Derek is programmamaker bij OOG Radio en fanatiek wielrenner. Zijn columns gaan over uiteenlopende onderwerpen. In alle gevallen betreft het de mening van een lange man.

Foto: Derek Hogeweg