Column: Geduld

Column: Geduld

De magere jaren in het Nederlandse wielrennen zijn definitief voorbij. Voorspelling: binnen nu en drie jaar pakken we het geel in de Tour.

Geduld is een schone zaak. Als wielrenner kun je er niet genoeg van hebben, van geduld. Overwinningen komen zelden uit de lucht vallen. Wielrennen is bij uitstek de sport van vallen en weer opstaan. Letterlijk. Een gebroken nekwervel lijkt op het eerste gezicht einde carrière, maar vaak is het tegendeel waar. De grootste tegenslagen brengen sporters in staat tot de grootste prestaties. Ik ben alweer aan het wachten op de dag dat Froome aan de start staat in de Tour, nadat hij in 2019 zo’n beetje alles brak wat een mens kan breken.

Een kwestie van geduld, vermoed ik. Froome zal ooit weer fietsen. Of hij nog kan winnen is een tweede.

What doesn’t kill you makes you stronger. Daar is niets aan gelogen.

In 2005 won Pieter Weening een etappe in De Tour, en toen werd het stil. Heel stil. Negen jaar zou het duren tot de eerstvolgende etappeoverwinning. Negen magere jaren waarin de Nederlanders nagenoeg onzichtbaar waren. Ja, Boogerd was goed. Kroon was goed. Maar het was niet genoeg. Het hoogste schavot bleef buiten bereik.

Pas toen Niki Terpstra in 2014 met een geweldige solo Parijs-Roubaix op zijn naam schreef bleek er licht aan het einde van de tunnel. Drie maanden later won Lars Boom de beruchte kasseienrit in de Tour. Het licht werd feller en feller. Intussen hadden we te maken met een nieuwe generatie renners. Een nieuwe groep jonge, gedreven honden.

Werd ons tomeloze geduld dan eindelijk beloond? Helaas kun je ook met een topconditie hard onderuit gaan.

Blessures zijn niet alleen vervelend, ze kosten vooral ook tijd – en tijd is in het wielrennen schaars. Met iedere dag dat het lijf slijt neemt de kans op fysieke topprestaties af. Voor profrenners van veertig kan ik alleen maar respect hebben. Niet zozeer voor het feit dat ze veertig zijn, maar vooral omdat ze rijden tegen jongens die twintig jaar jonger zijn. Al ben je nog zo goed in vorm, het herstel van een negentienjarige is veel beter dan dat van een veertiger.

Daar doe je niets aan.

De tunnel ligt inmiddels ver achter ons. We hebben momenteel te maken met een gouden generatie. Een generatie van pure winnaars. Van helden, van afmakers. Dumoulin, Kelderman, Groenewegen, Kruijswijk, Terpstra, Gesink, Van der Poel… Ze hebben allemaal bewezen mee te kunnen op het allerhoogste niveau. Het zijn renners die zich thuis voelen op het podium.

Dumoulin werd in 2018 tweede in de Tour, Kruijswijk vorig jaar derde. Dumoulin heeft al een Grote Ronde op zijn naam, in het geval van Kruijswijk en Van der Poel lijkt me dit een kwestie van tijd. Onderschat ook Gesink niet. Als iemand in het verleden tegenslag heeft gekend dan is hij het wel. Ik acht hem nog steeds in staat tot een grote overwinning.

Een Nederlander in het geel op het podium in Parijs? Nog heel even geduld alstublieft.

Over de auteur

Deze column is geschreven door Derek Hogeweg. Derek is programmamaker bij OOG Radio en fanatiek wielrenner. Zijn columns gaan over uiteenlopende onderwerpen. In alle gevallen betreft het de mening van een lange man.

Foto: Derek Hogeweg