Eerst stond de hele tijdlijn vol met Jutta-tutta, vervolgens kregen we te maken met het chagrijnige hoofd van Joep Wennemars.
Het is wat met die Olympische Spelen. Om eerlijk te zijn zag ik weinig verschil tussen de Wennemars voor en de Wennemars na de wedstrijd. Feit: de kans dat u op Italiaanse bodem wordt afgesneden door een Chinees is net zo groot als de kans dat u over vijf minuten wordt verslonden door een zeeanemoon. Tenzij u topschaatser bent. Nee, Joep zien we voorlopig niet bij China Garden voor een bak foeyonghai.
Dan die Jutta. Pure schaatsporno. Ik las een artikel waarin werd gediscussieerd over de vraag waarom ze haar schaatspak altijd direct na de wedstrijd openritst. Warmte? IJdelheid? Men kwam er niet uit. Jutta ontketende met haar excessen een ware meningenoorlog – en dan weet je dat je groot bent. Al die poespas, was dat nou nodig? Marijn de Vries (NRC) vond het fantastisch, onder het mom van You Go Girl! stak de columniste nog wat extra veren in de schaatskont. Zo lyrisch als De Vries was verder niemand. Schaatsen is van oudsher een sport van sniffende en snuitende rouwdouwers. Van stamppot boerenkool naar een privéjet is voor de meeste Nederlanders een hele grote stap.
Ach ja, het is natuurlijk het summum van rock-‘n-roll: zo rijk zijn dat je er een fuck you-mentaliteit op na kunt houden. Welke kantoorklerk droomt er niet van? Ik geef toe dat ik het eens was met Angela de Jong, die schreef dat we te maken hebben met een nieuwe generatie. Het niet te woord willen staan van de pers was volgens De Jong typerend voor deze tijd, “waarin individualisme hoogtij viert.” Niets aan toe te voegen. Als ze het op de spits had willen drijven had ze nog kunnen schrijven dat we keken naar “Noord-Koreaanse toestanden”.
Iets heel anders: het verbaasd me dat ze bij IKEA nog geen JUTTA verkopen. Een ladekast met een enorme achterkant, af te halen in rij 25, stelling 3.
Onder de rivieren zullen ze zich afvragen waar ik het over heb, daar was de afgelopen dagen maar één ding belangrijk: zuipen tot je erbij neervalt. Hoewel de meeste feestvierders dit niet zullen toegeven, want het draait natuurlijk allemaal om de aanloop naar de vastenperiode. Alleen gaat die aanloop met twintig glazen Bavaria net even wat soepeler.
Hier in het noorden vieren ze het slechts lokaal, onder meer in Kronkeldörp (Kloosterburen) en Kloosterwieke (Ter Apel). Eindhoven is Lampegat (naar de gloeilampenfabriek), Den Bosch wordt Oeteldonk. De plaatsen waar ze het niet vieren hebben vaak geen andere naam. Jammer, eigenlijk zou alles een andere naam moeten krijgen. Voor Groningen heb ik ‘m alvast bedacht: Schokkersgat.
Foto: Egor Kamelev (Pexels)



