Column: Harderwijk

Column: Harderwijk

COLUMN – Negentien jaar na de moord op Pim Fortuyn zat ik achter een laptopscherm.

Maandag 6 mei 2002. Dat het een maandag was heb ik opgezocht, het doet er verder niet toe. In 2002 had ik een krantenwijk en fietste ik dagelijks via de Collse Hoefdijk naar het Strabrecht College in Geldrop.

Mijn opa’s en oma’s leefden allemaal nog, het nieuws werd geanalyseerd in Barend & Van Dorp.

Jan Mulder zat ook toen al vaker dan gemiddeld aan een talkshowtafel.

De meivakantie van 2002 was de eerste vakantie met de caravan die mijn ouders eerder dat jaar hadden gekocht. Er zouden niet veel vakanties met caravans volgen, maar dat wist ik toen nog niet.

De camping in Frankrijk, in de buurt van Autun, was vrij nieuw. Er was een zwembad maar dat was nog niet af. Het zwembad dat wel af was verraadde waarom er een ander zwembad werd aangelegd. De weg naar de camping was extreem steil. Je moest vooral niet halverwege stilvallen, maar in één keer doorrijden naar boven, anders was het “foute boel” – zo verzekerde de receptioniste ons toen we eenmaal boven waren, amper bekomen van de schrik.

“Vorige week nog een Duitser, toen het had geregend, de hele achterkant kapot… nou, dan begint je vakantie ook niet goed hoor”

Ik vermoedde dat de Duitser “niet goed” een understatement zou vinden.

Het toiletgebouw was zoals alle andere toiletgebouwen; puur functioneel, met veel tegels en in de hoek een zeem om de vloer mee droog te trekken. Aan de buitenkant van het gebouw waren spoelbakken. Alle Nederlanders op de camping die in het bezit waren van een afwasteil verzamelden zich rond negen uur ’s avonds bij de spoelbakken.

Zo ook die maandagavond, 6 mei 2002. Het duurde even voor de berichten uit Nederland de Bourgogne hadden bereikt.

“Pim Fortuyn is neergeschoten”. Een Nederlander die in het bezit was van een schotelantenne had het achtuurjournaal gezien, en praatte ons bij.

Er was nog veel onduidelijk, zoals er altijd veel onduidelijk is na groot nieuws. De dader was blank en woonde in Harderwijk. In Nederland was de reguliere programmering aangepast, het hele land stond op zijn kop.

De gedachte dat ik niets van het thuisfront wilde weten omdat ik vakantie had wilde ik niet krijgen maar kreeg ik toch.

Een paar dagen later raakte ik op de parkeerplaats in gesprek met een man, die op het punt stond terug te keren naar Nederland.

“Zin om terug te gaan?”, vroeg ik enigszins out of the blue.

“Nou, nee, wij mogen weer naar Harderwijk”, kreeg ik als antwoord.

Ik vroeg me af of Harderwijk altijd al zo verschrikkelijk was geweest, of dat het te maken had met de gebeurtenissen. Voor de zekerheid stelde ik die vraag maar niet.

Over de auteur

Deze column is geschreven door Derek Hogeweg. Derek is programmamaker bij OOG Radio en fanatiek wielrenner. Zijn columns gaan over uiteenlopende onderwerpen. In alle gevallen betreft het de mening van een lange man.

Foto: Derek Hogeweg