Column: Italianen kunnen niet van je winnen (5)

Column: Italianen kunnen niet van je winnen (5)

COLUMN – Als in een surrealistische droom zie ik een bontgeschakeerd voetbalveld voor me. Niks klopt. Het lijkt alsof het gras niet groen is en een dronken veldknecht midden in de nacht voor de lol wat extra lijnen over de grond heeft getrokken. Hol schalt de stem van Johan Cruijff die van nergens en overal tegelijk lijkt te komen: “Italianen kunnen niet van je winnen ….. maar je kunt wel van ze verliezen!”

Aan de overkant staat in de dugout de Italiaanse coach, zijn naam heb ik niet goed gehoord maar het klonk een beetje griezelig als Faust, hij lijkt echter niet de enige te zijn die aanwijzingen geeft. Het wemelt daar namelijk van officieel uitziende, gestropdaste figuren die ieder op hun eigen manier iets over het veld roepen, in verschillende talen nota bene. Het lijkt de Italianen niet te deren, zij hebben al de hele wedstrijd de bal in hun bezit en ze stormen maar door. Chaotisch, technisch helemaal niet zo goed eigenlijk, maar ze trekken zich van geen enkele regel iets aan. Ze spelen buitenspel, voorbij de zijlijnen en achter het doel langs. Niks klopt en toch worden ze niet afgefloten door de scheidsrechter. Sterker nog: er is geen scheidsrechter.

De thuisclub staat er wat verdwaasd bij te kijken. Topscorer Fuellmich loopt vooruit op de andere helft, het is een briljante zet die de tegenstander normaliter op het verkeerde been zou moeten zetten, maar …. zonder bal. Niemand ook die hem de bal kan toespelen, want die is voortdurend in bezit van de Italianen en ze spelen steeds te ver uit zijn buurt. In zijn dronkemansroes heeft de veldknecht de middenlijn ergens op driekwart van het veld getrokken, dichter bij het eigen doel. De spelers staan echter netjes volgens de afgesproken opstelling op hun plek, ze blijven vasthouden aan de posities die normaal gesproken door de lijnen worden gemarkeerd, zonder acht te slaan op het feit dat middenstip, strafschopgebied en al die andere witte strepen zich niet meer bevinden op de door de voetbalbonden gereglementeerde plekken. Zich opnieuw oriënteren op een volstrekt andere situatie doen ze niet.

Het enige initiatief zie je nog in de achterhoede, waar twee man een muurtje proberen te vormen tegen de aanstormende razernij, maar rechtsbuiten heeft het spelregelboekje tevoorschijn gehaald en zit verzonken hierin te studeren. De middenvelder staat op afstand af te wachten wat de Italianen gaan doen, zonder dat die laatsten ook maar bij hem in de buurt komen. Hoe de thuisclub ook volgens opstelling en spelregels netjes in het veld staat, het heeft totaal geen effect op de tegenpartij, die overal omheen speelt, soms zelfs de bal het publiek in schopt waar een handlanger hem keurig opvangt en dan naar een strategisch betere positie gooit. De grensrechter, die gek genoeg wel aanwezig is, kijkt de andere kant op. Snerend roept de Italiaanse spits in het voorbijgaan: “Wij creëren een nieuwe orde, voetbal is niet meer wat jullie denken dat het is!”.

Op de tribunes geeft het toekijkende publiek een al even surrealistisch beeld. Toeters hoor je niet, er is geen gejuich of geschreeuw, doodstil zitten de mensen het spel te volgen. En aan de richting van hun blikken kun je zien dat ze alleen oog voor de Italianen hebben, alsof de thuisclub onzichtbaar is. Waar het spektakel van voetbal normaal gesproken mede door de reacties van het publiek wordt gecreëerd, waar de adrenaline door de aderen stroomt, straalt de menigte nu iets onheilspellends uit. Gevangen in het moment, gebiologeerd, in verdwaasde afwachting van het verdere verloop valt alleen een enkeling op die de thuisspelers uitjouwt.

Niemand schijnt te weten wat er aan de hand is, zelfs de gebruikelijke speeltijd is overschreden, het spel duurt nu al uren. Het is een uitputtingsslag. Soms is er even een korte pauze en is de ontspanning voelbaar, zo’n horrorwedstrijd heeft nog nooit iemand meegemaakt. Wie die pauzes inlast is onduidelijk, iemand uit die bonte mengeling van coaches van de tegenpartij heeft dat zomaar beslist. Uit die hoek zijn de enige geluiden te horen die op leiding duiden. De thuisspelers voegen zich daar morrend naar, compleet gedesoriënteerd door regels die tijdens het spel voortdurend veranderen. Niemand anticipeert hierop, niemand die zegt ‘okay, vergeet het boekje, dit is geen voetbal, we maken er een free fight van’, de hele ploeg wacht alleen maar af wat het volgende moment gaat brengen.

De doelpunten stapelen zich op, vreemd genoeg blijft de thuisclub maar hopen, waarschijnlijk omdat er ook geen tijdstip is vastgesteld waarop de wedstrijd zal eindigen. Je weet maar nooit, misschien gebeurt er nog een wonder. Ondanks de psychotische lijnen op het veld en het ongereglementeerde spel van de tegenstander blijven zij volgens het boekje spelen. De spits loopt soms even richting tribune en richt zich naar het publiek: “Waarom zeggen jullie nou niks?”, maar hij wordt slechts beantwoord met hoongelach. Tja, het publiek is daar niet om er iets van te vinden, zij waren alleen gekomen om vermaakt te worden. Het zit in hun bloed om voor de winnaar te zijn, ongeacht wat dan ook.

Er staan elf spelers op het veld, elf ego’s die allemaal hun specialiteit hebben. Sommigen van hen zijn toptalenten die voor veel geld zijn aangekocht en ieder staat daar z’n best te doen om te showen dat ie zijn miljoenen best wel waard is. Bang om die status te verliezen, verstijfd in hun begrip van het spel, speelt geen van hen buiten het boekje. Door decennialange inprenting en buitenproportionele nadruk op individuele prestatie is het begrip ‘teamgeest’ het stadion uitgejaagd. Er is geen team. Sterker nog: er is geen coach. Aan deze kant van het veld blijft de dugout leeg, iedereen is zijn eigen leider. Geen organisatie, geen alternatief plan. Al wegstervend is nog net te horen wat Cruijff ervan vindt: “Je gaat het pas zien als je het doorhebt”.

Over de auteur

Hielke de Boer heeft meer dan dertig jaar in de financiële sector gewerkt bij zowel internationaal opererende bedrijven als kleine sociaal-culturele instellingen. Zijn columns betrekken de maatschappelijke ontwikkelingen in een context van geopolitiek, culturele verschijnselen en historische achtergronden.

Foto: Tiedo Groeneveld