Opinie

Column: Kanonnenvlees

En, heeft u al een beetje zin om het leger in te gaan?

Misschien moet ik het anders formuleren: u krijgt binnen afzienbare termijn een oproep voor het Nederlandse leger – en u gaat. Of u zin heeft is niet relevant. Wie heeft er zin om belasting te betalen? De keuring zal niet streng zijn, die luxe hebben we niet. Het gros van de bevolking kan zich amper vijf keer opdrukken, maar staar je niet blind op het fysieke gedeelte. Stabiliteit tussen de oren is minstens zo relevant. Bovendien is het geen 1939. Met een paar overtollige kilo’s kun je prima een drone navigeren of netwerk inrichten. En na een dagje abseilen is het wel zo lekker als je meteen kunt aanschuiven, dus iedereen die een pollepel kan vasthouden is welkom.
Koningin Máxima geeft alvast het goede voorbeeld. Toegegeven: een legertenue staat haar goed. Kan ze prima hebben. Máxima oogt zelden moe, straalt vrijwel altijd positiviteit uit, ongeacht de situatie. Die positiviteit moet je niet onderschatten. Een gedemotiveerde club maakt meer kapot dan je lief is. Neem nou Rusland; een gigantisch leger dat op houtje-touwtje-niveau opereert. Of kijken we al vier jaar naar het B-elftal? Zou kunnen. Het geheel oogt in ieder geval bijzonder amateuristisch.

De dienstplicht, ik ken het alleen van de verhalen. Mijn vader vertelde wel eens over de schuttersputjes die ze moesten graven, zodat je ongezien een handgranaat naar een tank kon werpen. Je moest onder een laag net door kunnen kruipen, door het mulle Veluwse zand. Een hoop geschreeuw en gesnauw (het begrip grensoverschrijdend was nog niet uitgevonden). Vrijdag was patatdag in de kazerne. Met extra veel pindasaus, want van al dat tijgeren krijg je honger.
Mijn vader had gevoelsmatig niet per se een hekel aan de dienstplicht. Het hoorde er in die tijd gewoon bij. En, belangrijker: er was geen concrete dreiging. De kans was groot dat het bij ‘oorlogje spelen’ zou blijven – en dat bleef het ook. Eindeloos repeteren voor een optreden dat nooit komt.
Nee, voor de échte oorlog moest ik bij mijn opa zijn. Geen verhalen over schuttersputjes en kwajongensstreken. The real stuff. Er was een gebouw, en het volgende moment was het er niet meer. Rook, lichamen, vliegtuiggeluiden. Er was een blinde man zonder armen, hij had een spelletje gedaan met een handgranaat. Overgooien en maar hopen dat ie niet bij jou ontploft. Verloren.
De grote vraag blijft natuurlijk of dit soort types anno 2026 door de psychologische keuring zouden komen. Ik vrees het ergste.

Foto: Somchai Kongkamsri (Pexels)