Opinie

Column: Texel

Het leukste aan Den Helder is de boot naar Texel.

Samen met mijn vader bezocht ik zaterdag de open dag van de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij, we kozen voor standplaats De Cocksdorp. Hoogtepunt was het stukkie meevaren op die typische oranje-witte reddingsboot. Even de zeebenen trainen. De sfeer aan boord was goed, een gevalletje “ouwe jongens krentenbrood helpen u in nood.” Noord-Hollandse rauwdouwershumor. Een bemanningslid grapte dat hij de Duitse vlag ging hijsen.
Het was niet druk, dus we mochten nog een rondje. De tweede stuurman nam gevoelsmatig meer risico. Hij was wel zo aardig om te waarschuwen voor een scherpe bocht, dat deed die eerste dan weer niet. Ik hield me vast aan de stang boven mijn hoofd zoals je dat doet wanneer je geen zitplaats hebt in de metro. Aan de gezichten van de bemanning las ik af dat deze toeristendemo peanuts was vergeleken bij het échte werk. De boot kon waarschijnlijk ook over de kop en dan zouden ze alsnog fluitend verder varen.

Maar toch, we vonden het ruig. Ik overweeg om me deze zomer te laten afdrijven op een luchtbedje van de Action.

Mijn vader kent Texel goed, hij komt er regelmatig en heeft er al veel gezien. Veel meer dan ik in ieder geval. Zo was ik nog nooit op de vuurtoren geweest (wel op die van Ameland en Borkum).
Een uitgelezen kans. De vuurtoren van Texel is een soort matroesjka – nooit geweten. Een vuurtoren in een vuurtoren. De buitenste laag is er later omheen gebouwd omdat het origineel aan flarden is geschoten door de Duitsers. We liepen langs de resten van de oude muur, het leek een soort versteende gatenkaas. Vielen Dank für Ihren Besuch. Deze keer hadden ze alleen de parkeerplaats bezet en het terras met de Texels-parasol.

We reden verder over het eiland. De familie Statief stak de weg over, er werd voor een paar duizend euro aan lenzen en de hele rambam meegezeuld. Iets verderop lagen ze al in de aanslag, de camera’s wezen in de richting van iets dat wij niet zagen. Hoog bezoek. Of landen er op Texel alleen Duitse vogels?
Op het airportterras zaten we in de dode hoek, de bediening zag ons niet. Of deed alsof ze ons niet zagen. Toen ik naar binnen liep om te vragen of er misschien iemand kon komen werd duidelijk dat dat wel eens heel lang kon gaan duren. Intussen regende het aan de lopende band parachutisten. Een soort Market Garden in het klein.

Bij Paal 9 bestelde mijn vader flammkuchen, ik ging voor de Black Angus. Het vormde de afsluiting van een mooie Texel-dag.

Terug op het vasteland viel mijn oog op Hotel Land’s End. Je kon het ook moeilijk niet zien, deze grauwe, smoezelige overnachtingsbunker met uitzicht op zee. In die zin bleef Duitsland ons achtervolgen.

Foto: ClickerHappy (Pexels)