Column: Kilimanjaro

Column: Kilimanjaro

COLUMN – Sommige mensen hebben een bucketlist waar geen eind aan komt. Wat dat betreft ben ik snel tevreden.

In mijn geval is “bucketlist” een onnodig zware term voor een kort rijtje. Een kort rijtje met dingen die ik ooit nog wel eens zou willen doen – maar als het niet lukt is het ook prima. No pressure. Mensen die doen alsof het leven mislukt is als je niet op teenslippers door de Sahara hebt gestruind, die zal ik nooit begrijpen. Van die types die zich bij het boeken van een vakantie alleen maar afvragen of de foto’s het goed zullen doen op Instagram. Zo jammer.

In 2005 was ik samen met mijn vader een week in New York. Verder ben ik nooit buiten Europa geweest. Ik heb ook geen stemmetje in mijn hoofd dat fluistert dat het tijd wordt om eens naar de andere kant van de aardbol te vliegen. Een trip naar Shanghai of Sydney lijkt me geweldig. Maar ik vind het net zo geweldig om een lang weekend in de Ardennen te zitten. Of in de Eifel. Of op de Veluwe. Ik hoef niet per se met eigen ogen een kangoeroe te zien rondspringen. Ik geloof zo ook wel dat het stervensdruk is in Hong Kong en dat je de inwoners niet kunt verstaan.

Misschien ga ik ooit nog wel eens die kant op. Maar mocht het er niet van komen dan lig ik daar niet wakker van.

Mijn favoriete vakantiebestemming is Frankrijk. Dat land heeft eigenlijk alles wat je je maar kan wensen; zee, hoge bergen, mooie binnenlanden, grote steden, pittoreske dorpjes. Veel mensen vinden Frankrijk te min, omdat je er het risico loopt de buurman – of nog erger: de hele wijk – tegen te komen bij het campingzwembad. Een andere veelgehoorde reden om niet naar Frankrijk te hoeven zijn de Fransen zelf. Die spreken geen Nederlands en dat vinden wij Nederlanders een schande van jewelste. Van een oorlogsvluchteling wordt maximale inspanning verwacht qua taalbeheersing, terwijl we zelf meestal stilvallen na “bonjour”.

Hypocrisie kent geen grenzen.

Ik vind Frankrijk geweldig en de Fransen zijn een prima volk. Je moet ze alleen geen rijbewijs geven, maar dat is een ander verhaal.

In mijn korte rijtje van dingen die ik ooit nog wil doen, staat drie weken fietsen in de Provence. Ik zie het ongeveer zo voor me: in juli of augustus naar een camping in de Provence, zo dicht mogelijk bij de Mont Ventoux. Liefst aan de voet. De camping hoeft niet geweldig te zijn, maar een zwembad is welkom – gezien het klimaat. Verder is het een kwestie van fietsen. De ene keer de Ventoux op, dan weer een stuk door de wijngaarden. Of allebei. Zo rond de namiddag plof ik dan in een krakkemikkige klapstoel. Koud biertje erbij.

Zo makkelijk kan het zijn.

Iets anders dat ik nog wel eens zou willen doen, is het beklimmen van de Kilimanjaro. De hoogste berg van Afrika. In tegenstelling tot bij de Mount Everest en de Mont Blanc kun je bij de Kilimanjaro de pikhouwelen en touwen thuis laten. Heb je niet nodig. In principe kan iedereen met een beetje conditie de klim naar de top volbrengen. Gemiddeld ben je er een goede week zoet mee, inclusief afdaling. De tochten worden begeleid door ervaren locals. Eenmaal boven sta je op een hoogte van bijna zes kilometer. Zo hoog ga je nergens anders komen, tenzij je dus goed bent met touw en in de Himalaya uit de voeten kan.

Het lijkt me echt geweldig om dat nog eens te doen. Voorlopig zit het er niet in. En ach, als het er niet van komt is het ook goed.

Over de auteur

Deze column is geschreven door Derek Hogeweg. Derek is programmamaker bij OOG Radio en fanatiek wielrenner. Zijn columns gaan over uiteenlopende onderwerpen. In alle gevallen betreft het de mening van een lange man.

Foto: Derek Hogeweg