Column: Kleuterland

Column: Kleuterland

COLUMN – Ruim een week na de “let een beetje op elkaar”-speech van Rutte, bleek dat een deel van de bevolking dit letterlijk had genomen.

Ik vermoedde dat het dezelfde types waren die in een stiltecoupé, bij het minste gekuch, opstonden om te vragen of het wat zachter kon.

Als de huidige crisis iets duidelijk maakt, dan is het wel dat volwassenheid niet bestaat. Je kunt de mens uit de kleuterschool halen, maar de kleuterschool niet uit de mens. Dat idee.

Op social media gingen foto’s rond van mensen die een leuk dagje hadden aan de Noordzeekust – en het leuk hebben terwijl er mensen doodgaan, dat kan natuurlijk niet.

“Sommige mensen zien dit blijkbaar als een grote vakantie”, sprak een UMCG-medewerker tegen RTV Noord.

Ik moest toegeven: het zonnige weer bracht het in slaap gesukkelde vakantiegevoel weer tot leven. Een dagje strand leek me zo verkeerd nog niet, maar een goed strand is vanuit Groningen gewoon heel ver weg. Een goed strand, ja; in een hoek van de Eemshaven hebben ze een paar kuub wit zand gestort, maar dat durf ik geen strand te noemen.

De strandgangers konden in ieder geval rekenen op een digitaal pak rammel. De brave thuisblijvers waren aan het twitteren geslagen. Foto’s van volle treinen en allerhande groepsvorming passeerden de revue.

Was dit niet gewoon een gevalletje pure afgunst? Ik bedoel: misschien dachten deze mensen dat de treinen reden niet reden, en kwamen ze er nu achter dat ze niet alleen maar hadden hoeven ganzenborden. Dat er nog steeds softijsjes met discodip werden verkocht op het strand van Noordwijk.

Niet alleen de strandgangers lagen onder vuur. Tim Hofman, fulltime wereldverbeteraar, gooide een foto online van het Amsterdamse Bos. Daarop waren mensen te zien die een leuk dagje hadden in het bos – en het leuk hebben in een bos is prima, maar nu even niet.

De vraag hoe Tim Hofman deze foto kon maken en wat hij daar zelf dan precies deed, stelde ik maar niet.

Ik ergerde me op mijn beurt dood aan de ergeraars, en kwam tot de conclusie dat Nederland was veranderd in een gigantische woonwijk. Met op elke straathoek een bordje “Attentie Buurtpreventie”. De beelden van de buurvrouw die vroeger direct over de schutting hing, nog voor je schoenzool ook maar een grasspriet had geraakt, kwamen weer naar boven.

De kleutertjes die op de bassischool “ohoo dat mag niet, dat ga ik tegen de juf zeggen hoor!” riepen, hadden nu een smartphone en een persoonlijkheidsstoornis. Verder waren het nog steeds kleuters.

Het coronavirus gaf ons ook informatie. Zo weten we nu dankzij Jinek dat Kjeld Nuis, na zijn ontbijt, steevast een paar keer op de rand van de tafel springt. Kjeld deed het even voor en kon op applaus rekenen van Robert ten Brink, die aan diezelfde tafel zat. “Ik sport nooit”, zei Robert. Wisten we dat ook weer.

Toen ik met mijn vriendin boodschappen wilde gaan doen bij de Albert Heijn, stond bij de ingang dat er maar één iemand per gezelschap de winkel in mocht. De woorden “ik ga wel” gaven mijn stemming een oppepper. Ik liep terug naar de auto en sloot mezelf op. Na tien minuten naar de parkeerplaats te hebben gestaard moest ik plotseling niezen.

Corona was het niet, maar de schrik zat er goed in.

Over de auteur

Deze column is geschreven door Derek Hogeweg. Derek is programmamaker bij OOG Radio en fanatiek wielrenner. Zijn columns gaan over uiteenlopende onderwerpen. In alle gevallen betreft het de mening van een lange man.

Foto: Derek Hogeweg