Column: Lach

Column: Lach

COLUMN – Vroeger had mijn oma een dameskapsalon in de Cornelis Schuytstraat in Amsterdam Zuid. Toen was het nog een winkelstraat zonder Porsches en proleten met poespas. We haalden melk bij Nan, vis bij Balm en spijkers bij Brom. Het leven was eenvoudig.

Bij m’n vader achterop reed ik naar de Emmastraat. Dan huurden we een kleine doortrapper en leerde ik fietsen met de stevige hand van vader in m’n nek. Dezelfde hand die mij op zaterdagochtend in het Zuiderbad boven water hield. Ik hoefde alleen maar water te trappelen. Vader voorkwam een verdrinkingsdood met z’n hand onder mijn hoofd. Het was de hand van God.

‘s Middags uit school dronk ik thee en moeder smeerde roomboter op een stuk ontbijtkoek. De bladenman bracht iedere week de leesportefeuille. Eigenlijk bestemd voor de dames onder de droogkap. Er was keuze uit de Libelle of Margriet, Donald Duck, Panorama, damesromannetjes, De Lach en de Piccollo. Alle bladen waren voorzien van een bruin papieren kaft.

Mijn eerste kennismaking met vrouwelijk schoon was toen ik De Lach opensloeg en opeens twee borsten tegen m’n neus gedrukt kreeg. “Tieten” zeiden de jongens met oudere zussen bij mij op school. Op de middenpagina stond een jongedame afgebeeld met twee glimmende nietjes door haar tietjes. Dat was een teleurstelling. Hangtieten kon je nog wegpoetsen met een paar flinke nieten. Maar van mooie exemplaren bleef je af.

In de uitgave van de week daarop had iemand met een nietapparaat nietjes door de tepels geschoten. Waarschijnlijk een gevalletje van tepelnijd of te weinig borstvoeding. De tepels leken op aangereden konijnenneusjes met een piercing. Daarmee was het wel klaar. Mijn vader pakte alles af. School ging voor het meisje.

Toen ik later mijn eerste Nederlandse Playboy kocht met een blote Jerney Kaagman werd ik steeds meer geobsedeerd door de plek waar de nietjes zaten. Sommige waren dwars door de navel geslagen en andere zaten precies op plaatsen waar de zon nooit schijnt. Je kon de nietjes openbuigen en de twee pagina’s als een mini poster ophangen. Maar dan zaten er bij de dames weer gaatjes op plaatsten waar gaatjes niet hoorden te zitten.

Heel veel later toen mijn vader stervende in het ziekenhuis lag moest ik wat uit zijn bureaulade pakken en zag enkele bladen van de De Lach. Ik sloeg er een open en er viel een klein verbogen nietje uit. Opeens zag ik zijn lange zware vilten jas die me beschermde tegen de koude wind. En voelde zijn hand weer in mn nek. “Kom jongen we gaan” zei hij. En samen fietsten we zomaar ergens heen.

Over de auteur

Deze column is geschreven door Ronny Lammers. Ronny schrijft elke zondag een spraakmakende column waarbij hij geen blad voor de mond neemt. Ronny is eigenaar/coach van ITP Institute Tennis Promotion en traint met zijn team alle niveau’s in het noorden van Nederland.

Foto: Ronny Lammers