Column: Lol

Column: Lol

COLUMN – De Spelen moeten officieel nog beginnen, maar ik ben er wel weer klaar mee.

Of de lol er niet een beetje af is, vroeg de NOS-verslaggever aan de chef de mission. Van den Hoogenband: “Nee nee nee, absoluut niet!”. Geen zorgen Pieter, we vragen het volgende week nog een keer. Hou dit vast zou ik zeggen. Ik snap je politiek correcte antwoord voor de camera, maar wees nou eens eerlijk: de lol is er natuurlijk wél af, sterker nog, er is in aanloop naar deze uitgestelde Spelen helemaal nooit sprake geweest van lol. En het ziet er ook niet bepaald naar uit dat we hele lollige weken tegemoet gaan. Oké, oké, genoeg gelold.

De Spelen zouden en moesten doorgaan (belangen, belangen, geld, geld) en daar zijn ze dan. Intussen druppelen de eerste verhalen binnen van sporters die zijn ingecheckt in het olympisch dorp – hoewel ik zelf liever spreek over olympische vesting. De Extra Beveiligde Inrichting in Vught is er niets bij. What happens in Tokio stays in Tokio. Althans, dat is de bedoeling. In Tokio flippen ze al als je kauwgum op straat gooit, moet je nagaan wat er gebeurt als je in iemands gezicht hoest. Een keer verkeerd niezen en je zit op de eerste de beste losersvlucht naar huis. Gelukkig is Yuri van Gelder er niet bij, wie nu na tien uur niet in bed ligt krijgt geen waarschuwing maar een nekschot. Iedere sporter zou vooraf eens moeten praten met Natascha Kampusch, over hoe je dat doet, wekenlang opgesloten zitten zonder enig contact met de buitenwereld.

Voor het eerst sinds veertig jaar zit er geen McDonald’s meer in het olympisch dorp, dus met je oergezonde, afgetrainde lijf een cheeseburger naar binnen proppen zit er ook niet in. Zelfs dat laatste restje rebelsheid is eruit gesloopt, zodat wij denken: topsporters eten alleen maar quinoa en weten niet wat een Big Mac is. Yeah right. Nee, dat worden hele gezellige weken. Lekker in je eentje op de hotelkamer natuurfilms kijken, gemeenschap is verboden (nekschot). Hopelijk is de Wi-Fi snel. Bij Netflix zal de Tokio-piek niet onopgemerkt blijven, je moet wat als er een week tussen de wedstrijden zit. Een portie sushi bestellen zou ik ook niet direct aanraden. Rauwe vis. Voor je het weet ben je aan de schijterij, en leg dat dan maar eens uit, in het Japans, dat het van de sushi komt.

Dit worden de verschrikkelijkste Spelen ooit, dat staat vast. Epke die met gladde zeephanden van de rekstok dondert, zwemmers die volledig oplossen in het chloor (ontsmet zo lekker), wielrenners die onderuit gaan over een verdwaalde zeepdispenser, en overal mondkapjes. Hagelwitte mondkapjes, gedragen door streng kijkende Japanners, op elke straathoek, klaar om de sporters te vertellen hoe ze moeten ademen en bewegen. En dan Pieter van den Hoogenband, die, keer op keer, dag na dag, plak na plak, lachend blijft volhouden, wanneer hem wordt gevraagd of de lol er nu toch niet écht af is…

“Nee nee nee, het is hier fantastisch!”

Over de auteur

Deze column is geschreven door Derek Hogeweg. Derek is programmamaker bij OOG Radio en fanatiek wielrenner. Zijn columns gaan over uiteenlopende onderwerpen. In alle gevallen betreft het de mening van een lange man.

Foto: Derek Hogeweg