Column: Luik

Column: Luik

COLUMN – Dit is een ode aan Luik, omdat daar het vakantiegevoel tot leven komt – en omdat Luik gewoon geweldig is.

Stel: je woont in Ten Boer en hebt een camping geboekt aan de voet van de Mont Ventoux. Dan stuurt de navigatie je via Nijmegen, Maastricht, Luik, Luxemburg, Nancy, Dijon en Lyon. Waar begint het vakantiegevoel? Juist: bij Luik.

De meeste mensen vinden Luik een smerige industriestad. Maar goed, de meeste mensen kijken niet verder dan hun neus lang is. De mensen die dit zeggen, zijn niet verder gekomen dan de rondweg. Of hebben er op de terugreis dusdanig lang vastgestaan dat ze een negatieve associatie hebben met deze fenomenale stad. Ze botvieren hun frustratie op het mooie Luik. Totaal misplaatst.

Misschien is het de ligging, aan de rand van de Ardennen. Hoogteverschil heeft een bepaalde aantrekkelijkheid. Ik ken meerdere plekken waar je een fantastisch uitzicht hebt over de stad, onder meer in de buurt van de Jupilerbrouwerij. Daar heb je een weg, compleet met haarspeldbochten en al, richting het dorpje Wandre. Geloof me: als je daar staat ga je spontaan twijfelen of je wel door wil reizen naar Frankrijk.

Het centrum van Luik is gezellig. Leuke pleintjes, knusse terrasjes. Mooie parkjes waar je in de zomer lekker kunt zitten. En natuurlijk de Montagne de Bueren, de trap van 374 treden. Op deze trap vonden een paar jaar geleden opnames plaats van Flikken Maastricht. Want ja, Luik is niet ver van Maastricht.

Sinds 2008 kom ik regelmatig in Luik. Toen ik in Brabant woonde ging ik zelfs weleens met de fiets die kant op; Nuenen – Luik – Nuenen. Via Hasselt en Tongeren. Even een koekje eten op een bankje bij de Citadel, en weer terug. Een slordige tweehonderddertig kilometer. Goed te doen.

Vanuit Groningen is de fiets geen optie meer. Er zijn grenzen.

Luik heeft een bepaalde charme. Maar toegegeven: je moet even door de buitenlaag. Even een stukje afpellen. Ook ik moest jarenlang niets van Luik hebben. Een doorreisstad vond ik het. Smerig, verpauperd. Op de ring stond je meestal vast en dat wilde je niet, want je was óf bijna thuis na een slopende terugreis, óf het was acht uur ’s morgens en je dacht “als dit de hele dag zo gaat, dan halen we de camping niet”. Bovendien zijn ze er altijd met de weg bezig. Wie via Luik reist krijgt gegarandeerd te maken met knipperende pijlen en afgesloten rijstroken. Tel daar de rijkunsten van onze zuiderburen bij op (flauw) en je begrijpt waar het beeld vandaan komt.

Maar het is het allemaal waard. Laat de rondweg eens voor wat het is en parkeer de auto in de garage bij het Place Saint-Lambert. Op dit enorme plein start jaarlijks de klassieker Luik-Bastenaken-Luik. Je bent er in het hart van de stad. Vergeet ook niet een bezoek te brengen aan Luik-Guillemins, het imposante station. Een architectonisch hoogstandje.

Mocht je het dagje Luik in stijl willen afsluiten, ga dan naar The Huggy’s Bar. Hier serveren ze broodjes hamburger die bijna tot het plafond komen. Niet gezond, wel lekker.

Luik is gewoon geweldig. Ik weet dat niemand dit zal geloven, maar dat hoeft ook niet. Het is er al druk genoeg.

De vakantie voor dit jaar gaat richting de Ardennen. Via – hoe kan het ook anders – Luik. In de buurt van het huisje is een uitkijkpunt. Vanaf dat punt kun je in de verte een mast zien met een knipperend lampje in de top. Deze mast staat in Luik, op een heuvel aan de rand van de stad. Het idee dat Luik niet ver weg is is op zijn zachtst gezegd geruststellend.

Over de auteur

Deze column is geschreven door Derek Hogeweg. Derek is programmamaker bij OOG Radio en fanatiek wielrenner. Zijn columns gaan over uiteenlopende onderwerpen. In alle gevallen betreft het de mening van een lange man.

Foto: Derek Hogeweg