Opinie

Column: Poeh, wat is het warm

Ik wil het er eigenlijk niet over hebben, maar ik heb verder geen inspiratie.

Wel transpiratie – en niet zo’n beetje ook. Ik zweet snel, wat overigens normaal is. Een teken dat ik mijn warmte goed kwijt kan. Het wordt afgeraden om met dit soort temperaturen te gaan sporten maar ik ben in staat om de racefiets uit de schuur te halen. Niets mooier dan de hitte trotseren op een zinderende zomeravond in juni. Op iedere straathoek ruik ik de geur van aangebrand vlees. Ik hoor hoe dopjes van bierflesjes worden gewipt, hoe blikjes vol koud genot worden geopend. Gelach boven de plastic tuinsets.

Intussen zit ik te zwoegen op mijn Specialized. Waarom doe ik dit eigenlijk? Het is de vraag die iedere wielrenner, vroeg of laat, aan zichzelf stelt. Waarom wil ik mezelf kapot rijden terwijl ik ook in het water zou kunnen liggen? Daarom. Het is dat Tour de France-gevoel dat je als fietser wil opwekken. Voor een amateur het hoogst haalbare. Hitte mag nooit een reden zijn om niet te gaan, dan kun je je immers niet meten met de top. Met de jongens die in juli drie weken door Frankrijk mogen fietsen. Die ploegleiders hebben echt geen boodschap aan gezeur over warmte hoor. Een spons kende krijge, voor uwe natte snoet – en nou rijden godverdomme!
Oké: de wielertop is perfect geprepareerd voor extreme omstandigheden. Niets wordt aan het toeval overgelaten. Bij veertig graden krijgen de renners een koelvest, voorzien van icepacks, om de lichaamstemperatuur in het gareel te houden. En ja, dat helpt – wetenschappelijk bewezen. De plezierfietser, ik kijk even naar mezelf, zal zich moeten afvragen of hij bereid is te investeren in zo’n koelvest. Hoe ver ga je? Hoeveel levert het op? Of moet ik me dan toch maar een avondje koest houden? Lastig.

De extreme hitte die we nu ervaren blijft. Sterker nog, het zal de komende jaren alleen maar erger worden. Het zou me niet verbazen als grote sportevenementen op een gegeven moment uit de zomer worden getrokken. Voetbal kun je nog redelijk afbakenen met een gekoeld stadion, maar voor sporten als wielrennen en, nog erger, hardlopen, lijkt er nu toch een soort fysiologische grens aan te komen. Een mens kan veel, maar de olympische marathon lopen met veertig graden? Dat zie ik niemand doen.

Foto: Jagadish Mj (Pexels)