Column: Reddingssloep

Column: Reddingssloep

COLUMN – Mijn weekendje Zandvoort begon vrijdag met een dagje Schier.

We hadden de boot van half tien, deze zat niet vol, desondanks moesten de mondkapjes op – en ze mochten gedurende de oversteek niet af. Het verzoek om de kapjes op te houden werd tot vervelens herhaald via het omroepsysteem. Eerst in het Nederlands, daarna in het Duits, de taal van de Wadden. Toen het standaard intercom-riedeltje klaar was nam de kapitein live het woord. Terwijl hij de boot achteruit richting zee manoeuvreerde klonk de zin “dames en heren, hier aan boord dragen wij een mondkapje”. De kapitein leek me niet iemand om mee te spotten, ik vermoedde dat hij weigeraars bij de eerste de beste zandbank overboord zou flikkeren. Ik was niet de enige die er zo over dacht, een fractie later droeg het hele bovendek een mondmasker. We hadden collectief besloten het risico overboord gegooid te worden niet te nemen.

Oh ja: we zaten trouwens buiten, op een kei hard blauw-rood bankje. Het soort dat niet gemaakt is om lang op te zitten. De kans op lage rugklachten leek me groter dan de kans op corona.

Op het eiland was het lekker rustig. Schiermonnikoog is overzichtelijk, alle levendigheid is gecentreerd in het enige dorp, zodra je richting het oosten gaat sta je binnen no time in the middle of nowhere. We fietsten met een omweg naar de vuurtoren en stopten bij strandpaviljoen De Marlijn, aan de Prins Bernhardweg. Toch weer die Formule 1-associatie. Verder leek Schiermonnikoog in niets op Zandvoort en het leek me vooral zaak dat zo te houden.

Voor de ingang van de plaatselijke SPAR stond een vrouw driftig mandjes te boenen. Ze zag er op toe dat iedereen die naar binnen ging een mandje pakte, en dat iedereen die naar buiten kwam datzelfde mandje weer braaf inleverde. Zo liep ik een minuut of tien met een leeg mandje door de SPAR op Schiermonnikoog, het voelde heel zinvol. Ik vroeg me af of prins Bernhard ook een mandje zou hebben gepakt, en, zo niet, of de mandjes-boenende SPAR-vrouw dan zou zeggen: “meneer, pakt u even een mandje?”. Sommige vragen vereisen geen antwoord, het je af blijven vragen is leuker.

De boot naar Lauwersoog, de laatste van die dag, misten we bijna door een inschattingsfout. Het eiland bleek toch iets minder klein dan gedacht. We namen wederom plaats op het buitendek, op het kei harde blauw-rode bankje. Opnieuw het intercom-riedeltje. Een preek van de kapitein bleef ons bespaard, die van de heenreis had vermoedelijk al weekend. Zodoende droeg niemand tijdens de terugreis een mondkapje, ik waande me even in 2019. We riepen collectief “lekker puh!”. Op de NOS-site las ik over de rumoer met betrekking tot de drukte in Zandvoort. De terechte ophef vormde het toppunt van voorspelbaarheid. Een kabinet, dat inmiddels zover over de datum is dat het is gaan klonteren, laat een massa-event in Zandvoort probleemloos doorgaan, terwijl de rest van de sector met vastgebonden handen en ducktape voor de mond mag toekijken. “Een geplaceerd evenement”, tweette iemand bij een foto van een schuifelende oranjezee. Je kon het niet beter omschrijven, mijn cynisme-teller sloeg rood uit. Ik kreeg zin om een bom te gooien op Zandvoort, zo’n hele grote.

De oversteek naar het vasteland verliep sneller dan de heenreis, het scheelde een minuut of tien. Ik probeerde me voor te stellen dat er een ramp plaats zou vinden. Een aanvaring met een tanker. Al slippend en struikelend zouden we proberen de reddingssloep te bereiken. Op de achtergrond de gekapseisde boot, half verdwenen in de Waddenzee. Zodra alle reddingssloepen zich hadden verzameld zou de kapitein de leiding nemen, met behulp van een megafoon. “Dames en heren, aan boord van deze reddingssloep dragen wij een mondkapje”. Bleef natuurlijk de vraag of prins Bernhard op een vrijstelling zou kunnen rekenen.

Over de auteur

Deze column is geschreven door Derek Hogeweg. Derek is programmamaker bij OOG Radio en fanatiek wielrenner. Zijn columns gaan over uiteenlopende onderwerpen. In alle gevallen betreft het de mening van een lange man.

Foto: Derek Hogeweg