Column: Regenboogvlaggetje

Door | 7 augustus 2022

COLUMN – Ik dacht even dat ik de enige hetero was in Amsterdam. Ik was bij de Gay Canal Pride, kort gezegd Pride. Kijken naar boten vol met raar wiebelende gedaantes die door de grachten stoomden. En dat is eigelijk wel zo’n beetje wat er is toegestaan. Want in Amsterdam mag er verder niks. Je mag niet varen zonder vignet. Je mag niet springen en hossen op de kades. Je mag je auto niet parkeren en je mag geen muziek maken. Amsterdam de stad waar alles kan. Zeggen ze. Man man man wat een treurnis.

Ik hoorde dat er ook mensen met een verstandelijke beperking meevaarden. Eigenlijk ben je dan al niet goed snik dat je überhaupt op zo’n boot zit. Ik heb niks tegen LHBTIQ etc. Moet iedereen zelf weten. Maar om dat zo uit te dragen hoeft van mij niet. Doe ik als hetero ook niet. Ab Osterhaus werd gesignaleerd. Dit omdat hij zich druk maakt om het apenpokkenvirus. Ab zit op de bananenboot. Glaasje rood erbij. Mooie dag Ab.

The Canal Parade is het hoogtepunt van de Gay Pride. Er zijn huppelende homo’s op een boot met roze veren tussen hun billen die roepen dat ze normaal zijn en gelijkwaardig behandeld willen worden. En wij beloven dat plechtig. Want we zijn één keer per jaar best een tolerant volkje vanaf de waterkant. Het zal wel aan m’n leeftijd liggen. Misschien gaat de essentie aan me voorbij. Ik heb veel homo en lesbo vrienden. Die staan normaal in de maatschappij. Integreren moeiteloos. Waarom moet er dan eens per jaar zo’n rariteitenkabinet langsvaren met clowneske andersgeaarden.

Zie ik struise figuren met baarden in leren strings en netkousen peniswiegend op hun hoge pumps. Als ik als homo mijn kastdeur op een kier zou hebben staan en zag dat dit mijn voorland was, trok ik hem meteen keihard weer dicht. De Pride is verworden tot een ordinaire seksorgie met de gedachte; “alles moet kunnen”. Maar met homoacceptatie heeft het helemaal niks te maken. Sinds het regenboogvlaggetje word je in Nederland niet gezien als man of vrouw maar als reiziger. We zijn de afgestompte leegte nabij.

Laatst maakte ik een toiletstop bij een Shell-pomp op de snelweg. “Geachte reiziger, fijn dat u goed in uw vel zit. Weet u niet welk vel maak dan gebruik van ons genderneutrale toilet”, stond er op het bord. Ik zag alleen maar witte toiletdeuren zonder dames en heren bordjes. Dus vroeg ik de toiletjuffrouw waar ik moest zijn. “Dat ligt er maar net aan”, staarde ze me over haar bril aan. “Bent u een plas mens of een poep mens”. “Momenteel duidelijk een plas mens antwoordde ik enigszins verlegen.”

“Plast u zittend of staand”, vervolgde ze onverstoorbaar. Nou moest ik eerlijk bekennen dat ik liever zat. Het bleek gezonder en het ‘laat maar lopen gevoel’ is ook groter. “Ik zit liever”, zei ik daarom. Bent u hetero?, vroeg ze. “Toe nu toe wel”, beaamde ik terwijl m’n knieën trilde van de hoge nood. “Weet u in welk vel u zit”?, vroeg ze me strak aankijkend. “Mens ik spring er bijna uit”, riep ik. “Een plassende zittende hetero man in een verkeerd lichaam staat helaas niet op mn lijst”, zei ze gedecideerd. Opgelucht stapte ik even later uit de bosjes tegenover het tankstation. En ik besefte dat het inderdaad helemaal niet om het sóórt vel ging. Maar of je er lekker in zat.

Over de auteur

Deze column is geschreven door Ronny Lammers. Ronny schrijft elke zondag een spraakmakende column waarbij hij geen blad voor de mond neemt. Ronny is eigenaar/coach van ITP Institute Tennis Promotion en traint met zijn team alle niveau’s in het noorden van Nederland.

Foto: Ronny Lammers