Column: Rotkopf

Column: Rotkopf

COLUMN – Vanuit Groningen reden we in een dag naar Oostenrijk. Conclusie: Duitsland is een groot land.

Duitsland begon bij Bunde en eindigde bij Bad Reichenhall. Daarna was het nog tweehonderd kilometer tot de camping, omgeving Ossiacher See. De binnenspiegel verloor zijn functie door opgestapelde slaapzakken en kussens, achter de auto een Thule-drager met daarop twee racefietsen. Lekker burgerlijk. Thule, voor al uw mee te slepen zooi. Als je het merk eenmaal kent zie je het overal, net zoals je ’s zomers overal rode parasols ziet met het logo van Ola. Hoeveel van die dingen zijn er wel niet? En waarom staat werkelijk overal het logo van Ola op? Dat zijn de levensvragen.

Zonder dakkoffer en krijsende kinderen op de achterbank baanden wij ons een weg door het grote Duitsland. Dreieck hier, Kreuz daar. En natuurlijk wegwerkzaamheden. Ik was gewaarschuwd. We zouden te maken krijgen met files des dood, ik zou de tent moeten opzetten op de ring van München, kon maar beter alvast het hotelaanbod inventariseren in de buurt van Ingolstadt. Vanuit Groningen naar Zuid-Oostenrijk met de auto? In één dag? Ha, laat me niet lachen! Hoewel het inderdaad druk was bleven zwarte zaterdag-achtige toestanden ons bespaard. De langste file was die bij de afrit naar Villach, waar we definitief de snelweg verlieten. Pure ironie. Reden van de opstopping: een Nederlander (hoe kan het ook anders) stond niet ver genoeg naar voren, waardoor de afrit werd overgeslagen in de cyclus. Het werd maar niet groen. Ik dacht even aan een racistisch verkeerslicht dat op rood blijft bij een geel kenteken. “Zie je wel, ze motten ons hier niet”, grapte ik. Na een minuut of vijf kwam er een Oostenrijker naast me staan, gevaarlijk manoeuvrerend, hangend uit het raam; of ik “meine collega” even duidelijk kon maken dat ie verder naar voren moest rollen. Alternatief was twee weken kamperen op een afrit. Uit de ietwat gefrustreerde manier waarop hij meine collega zei maakte ik op dat deze situatie zich daar in het hoogseizoen vaker voordoet. Kom je als hardwerkende Oostenrijker na een lange dag uit je werk, staat er weer zo’n domme Hollander vooraan. Dan weet je, dat wordt weer een koude schnitzel vanavond. Het is wat.

Over schnitzels gesproken, Oostenrijk is in zeker opzicht een verlengstuk van Duitsland – of andersom natuurlijk, het is maar hoe je het bekijkt. Zonder grensaanduiding zouden alleen de bergen verraden dat je met een ander land te maken hebt. Grote schnitzels en halve liters pils, dat kun je gerust aan Duitsers en Oostenrijkers overlaten. Overgewicht ook.

Op de Duitse autobahn waren het vooral de werkzaamheden, plus de daarbij behorende restricties, die een snelle doorstroom belemmerden. Van onbeperkt racen ging het naar het tachtig, van tachtig naar honderdtwintig, en weer terug naar onbeperkt racen. En dat een keer of dertig, maar goed, dan had je heel Duitsland ook gehad. In die zin deed de autobahn me denken aan het coronabeleid; heb je eindelijk het bordje einde alle beperkingen gehad, staan de volgende maatregelen alweer klaar. Mark Rutte en Hugo de Jonge zijn vroeger vast vaak in Duitsland op vakantie geweest, dat kan niet anders. Je moet je inspiratie ergens vandaan halen.

Hilarisch was ook de naam van een typische Raststätte, even voor Fulda. “Rotkopf” stond er op het bord. Het duurde even voor ik doorhad dat alleen een Nederlander hier een verkapte belediging in zou zien. Niet veel later boorde een BMW zich met bijna tweehonderd per uur in de Thule-drager. Toen de man uiteindelijk kon inhalen, keek ik boos naar links en vloog de zin “wat een rotkopf!” over het dashboard. Hoewel dit nergens op sloeg moest ik er toch om lachen.

Over de auteur

Deze column is geschreven door Derek Hogeweg. Derek is programmamaker bij OOG Radio en fanatiek wielrenner. Zijn columns gaan over uiteenlopende onderwerpen. In alle gevallen betreft het de mening van een lange man.

Foto: Derek Hogeweg