Column: Strijkijzer

Column: Strijkijzer

COLUMN – Soms ga ik richting Duitsland, maar net zo graag fiets ik rondjes in de buurt. Westerbroek is sinds kort het epicentrum van mijn trainingsarbeid.

Wielrenners heb je in alle soorten en maten. Dik, dun. Recreatief, prestatiegericht. Mét navigatie, zonder navigatie. Je hebt fietsers die de banden oppompen en vervolgens maar wat in de rondte trappen. Dat kan leuk zijn, mits je van verrassingen houdt. Zoals wegen van gatenkaas en routes vol verkeerslichten.

Ik heb een hekel aan slecht asfalt. Net als mijn fiets, trouwens.

Een stoplicht hier en daar is prima, maar liever niet teveel. Niets is zo vermoeiend als jezelf steeds maar weer op gang moeten trekken. Dat fietst echt voor geen meter.

Ik ben een tijdje bezig geweest om een parcours uit te stippelen waarbij stoppen niet nodig is – oké, tenzij er ineens een kat oversteekt. Kleinigheidje hou je altijd. Ik heb dit parcours gevonden in Westerbroek. Het is een rondje van twaalf kilometer. Een mooie afstand, niet te kort en niet te lang. Bij een rondje van vier kilometer zou ik me toch eerder storen aan de eentonigheid. Nu heb ik daar geen last van.

Het rondje begint op het punt waar de Engelberterweg de scheiding vormt tussen de Woortmansdijk en de Oudeweg. Voor de beeldvorming: als ik begin kom ik van het viaduct over de A7. Om de snelheid van het afdalen te behouden kies ik er altijd voor om het rondje met de klok mee te fietsen. Ik begin dan bij de Oudeweg en sla vrij snel daarna linksaf, de Roodharsterlaan op.

Deze gaat over in de Borgweg, mijn favoriete onderdeel van het parcours. De Borgweg is lang, recht en vooral ook heel erg mooi. Met name in deze tijd van het jaar. Je waant je er een beetje in het buitenland. Achter de huizen liggen weilanden. Links is de A7 te zien, met de vrachtwagens bij verzorgingsplaats Dikke Linde. Rechts is in de verte de rook te zien van nabije industrie. Halverwege is er een optie om via de Meesterslaan naar het centrum van Westerbroek te steken, maar dat doe ik nooit. De Meesterslaan is geen drukke weg, er komt zelden verkeer van rechts.

Aan het einde van de Borgweg ga ik verder in westelijke richting, om parallel aan de N860 naar Waterhuizen te fietsen. Dit is het domein van de scheepsindustrie. Keer op keer blijft het indrukwekkend om te zien, de enorme schepen die volledig op het droge liggen. Het is soms niet voor te stellen dat het Winschoterdiep groot genoeg is voor deze bakbeesten.

Verder is het stuk langs de N860 niet heel bijzonder.

Kort na de rotonde bij Waterhuizen sla ik rechtsaf, de Woortmansdijk op. De hoek waar ooit een swingersclub was gevestigd, tot deze vorig jaar zomer in vlammen opging. Aan herstel is nog niets gedaan. De Woortmansdijk is, net als de Borgweg, erg mooi – maar toch anders. De weg is korter en iets bochtiger.

Als het niet meer gaat, of als ik stomweg geen zin meer heb, dan ga ik aan het einde van de Woortmansdijk links. Over het viaduct, richting Engelbert. De weg van de warming-up en de cooling-down.

Ik heb het rondje nu een keer of twintig gereden, gok ik. De snelste keer was vorige week; vijfenvijftig kilometer met een gemiddelde van vierendertig per uur. Dat was een rondje of vier. Van bovenaf ziet het parcours eruit als een vervormde driehoek. Een stofzuiger leek het me eerst, maar later kwam ik uit op een strijkijzer. Dat klinkt ook wel goed: “het strijkijzer van Westerbroek – de snelste route naar een topconditie”. Ik kan me nu alweer verheugen op de volgende training.

Over de auteur

Deze column is geschreven door Derek Hogeweg. Derek is programmamaker bij OOG Radio en fanatiek wielrenner. Zijn columns gaan over uiteenlopende onderwerpen. In alle gevallen betreft het de mening van een lange man.

Foto: Derek Hogeweg