Column: Wopke op glad ijs

Column: Wopke op glad ijs

COLUMN – Bij de NOS deden ze dinsdag, bij wijze van hoge uitzondering, een Rutgertje. Het resultaat was teleurstellend.

Met draaiende camera werd Wopke Hoekstra opgewacht, hij kon ieder moment de hoek om komen. In het Tweede Kamergebouw vloog een deur open, daar was Hoekstra met zijn lange stelten. Het tempo zat er goed in, de verslaggever wilde een vraag stellen, zover kwam het niet. “Meneer Hoekstra…”. En weg was Wopke.

Het Rutgertje was mislukt. Misschien toch eens informeren bij de koning zelf, Rutger Castricum, of hij nog tips heeft. “Je moet gewoon het pad blokkeren en suggestieve vragen blijven stellen, laat ze nooit uitpraten”. Ik hoor het hem zeggen. Rutger vroeg Rutte ooit op de man af of hij nog geneukt had. Ella Vogelaar zag haar politieke carrière voortijdig stranden, door een interview waarin ze ongemakkelijk zwijgend op de vlucht sloeg voor de microfoon. Tegen Cohen zei Rutger: Job, ga eens bier halen – en warempel, hij deed het nog ook, het laatste restje aanzien van de oud-burgemeester spoelde door de gootsteen, de PvdA-stropdas kon in de kast. Het verwijt politici onnodig te pesten werd door Castricum direct gepareerd. “Iemand als Job Cohen, die moet toch verdomme mij nog wel aankunnen?”

De NOS probeerde het, het was goed bedoeld. Hoekstra trapte er niet in. Het hoge beentempo en de vastberaden blik deed vermoeden dat niets de boomlange CDA’er kon stoppen, het was uitwijken of botsen. Een klassieke truc, velen gingen hem voor. Doorlopen is in Den Haag het devies wanneer je geen zin hebt in lastige vragen. Wopke verdween achter een deur, de NOS bleef met lege handen achter. De demissionair minister van Financiën bevond zich op glad ijs, hij wist het, zelfs in Thialf was het niet zo glad geweest.