Column: Aanstelleritis

Column: Aanstelleritis

COLUMN – Dat oud-profvoetballers het zwarte gat doorgaans opvullen als analist is zonde, een acteercarrière sluit beter aan.

Nieuw dit EK: de cooling break. Van voetballen krijg je het warm, met name in de zomer, daarom gunt de FIFA spelers tijdens de wedstrijd een nat washandje. De FIFA-bobo’s zullen, wanneer je ernaar vraagt, schaamteloos benadrukken dat ze hiermee aantonen dat klimaatverandering ook in het voetbal op de kaart staat. Ze zijn er ijdel genoeg voor.

Terwijl ik het Portugese elftal drie minuten druipend langs de lijn zag staan, gingen mijn gedachten naar het Tour-peloton. Wat zullen ze daar hard lachen. Niet alleen de renners, ook het management. Ik hoor het ploegleider Patrick Levefere al schreeuwen in de oortjes, halverwege een tropische bergetappe: “Cooling break? Als ge het warm hebt, dan mikte maar een bidon over uwe kop – allee, rijden verdomme!”.

In wielerland doen ze niet aan verkoeling, aan medelijden evenmin. Empathie kun je beter thuislaten zodra je in wedstrijdverband fietst. De verantwoordelijkheid voor het falen in de schoenen schuiven van een coach of tegenstander is in het wielrennen helemaal not done, daar kom je niet mee weg. Als je verliest ben je gewoon niet goed genoeg. Geen smoesjes, geen gelul. What you see is what you get. Daar kunnen ze in de voetballerij nog wat van leren. Dan ligt er weer zo’n verdediger overdreven kermend op het middenveld, of gaan de schouders bij elk fluitsignaal omhoog (“scheids, ik was het niet, echt niet!”). Acteren is een wezenlijk onderdeel van het voetbal. Doen alsof. In de hoop dat de arbitrage erin trapt en de instinker bezegeld met een kaart, of nog beter, met een penalty. Om maar te zwijgen over de uitleg na een verloren wedstrijd. De hand in eigen boezem steken is niet sexy, dus ligt het aan de bondscoach. Dat sommige spelers gewoon lui zijn en onvoldoende voorbereid mag geen naam hebben. Dat iemand als Memphis Depay een flinke schop onder zijn kont nodig heeft inclusief realiteitscheck, dat is natuurlijk niet netjes om te zeggen.

Oké, oké, voetbal is geen wielrennen. Appels met peren. Voetbal is een contactsport, wielrennen is dat – in de basis – niet, hoewel ik durf te beweren dat wielerblessures vaak ernstiger zijn en een langer herstel vergen. Kijk naar Froome, kijk naar Jakobsen. Je bent zo twee jaar verder, tijd die je als topsporter niet hebt, de concurrentie dendert door. Over tijd gesproken: een voetbalwedstrijd duurt negentig minuten. Kan er na negentig minuten geen winnaar worden aangewezen terwijl dat noodzakelijk is, dan volgt verlenging. Een half uur extra. Strafschoppenseries laat ik buiten beschouwing, dat is een mentale kwestie, de spelers hoeven dan – op één na – slechts lijdzaam toe te kijken. In het ergste geval duurt het dus honderdtwintig minuten. Twee uur, met meerdere onderbrekingen om op adem te komen. Met spelers die gewisseld kunnen worden, met momenten dat de wedstrijd door omstandigheden stil ligt en er geen directe fysieke inspanning wordt gevraagd. Tussen de wedstrijden zit doorgaans een week.

Nee, dan de Tour de France. Drie weken fietsen, vijf tot zes uur per dag. Kantoortijden op wielen. Zonder pauzes. Alles gebeurt vanaf de fiets: eten, drinken, plassen. Extreme temperaturen zijn ’s zomers eerder regel dan uitzondering in Zuid-Frankrijk, dus daar heb je als profrenner gewoon mee te dealen. Boven de vijfendertig graden kun je een koelvest krijgen van de organisatie, maar kom niet aan met code oranje, of rood, dan wijzen ze naar hun voorhoofd, en even later naar de deur. Het enige dat telt is geel, groen, wit of bolletjes. Je hoort de renners nooit klagen, want je brood verdienen met fietsen is het leukste dat er is. Dan maar even accepteren dat het zweet al ver voor de start over het voorhoofd gutst. Hoewel de wielersport, in negatieve zin, uitblinkt in positieve testen, is er nog nooit een renner betrapt op aanstelleritis.

Over de auteur

Deze column is geschreven door Derek Hogeweg. Derek is programmamaker bij OOG Radio en fanatiek wielrenner. Zijn columns gaan over uiteenlopende onderwerpen. In alle gevallen betreft het de mening van een lange man.

Foto: Derek Hogeweg