Column: Property of no one

Column: Property of no one

COLUMN – Voor mij in de supermarkt liep zo’n typisch halfbloedje, je weet wel, blote benen in stoere laarzen, kort afgeknipte spijkerbroek en ondanks de warmte een zwart-leren jack om het lijf. Het geheel afgemaakt met halflang zwart haar was het typisch zo’n boze jongere die je in de sportschool zwetend en wel ziet trekken aan gewichten, dumbbells en hoe die dingen verder ook mogen heten. Meiden zijn stoer tegenwoordig.

Die boze blik is bedoeld om je op afstand te houden en je duidelijk te maken dat je niet bij hun cultuur hoort. Een duidelijk afgebakende jongerencultuur waarmee ze zich identiteit verschaffen en ik ben op een leeftijd gekomen dat ik ze dat van harte gun. Er wordt nogal aangekloot met cultuur deze dagen, dus ik denk dat het geen kwaad kan als ze dat even stevig neerzetten, je hoopt alleen dat ze op latere leeftijd de nuance weten te vinden want in de maatschappij werkt het natuurlijk net even anders dan binnen zo’n groep jeugdigen die elkaar vinden in een gemeenschappelijke taal van vorm, gebaren en woorden die alleen begrepen worden binnen die subcultuur.

Op de rugzijde van haar jack stond met witte letters gekalkt: “I’m the property of no one!!”. Een stevige uitspraak die waarschijnlijk onafhankelijkheid uitdrukte en je vermoedt in dit geval een vroegtijdige teleurstelling in de liefde. Toen ik haar passeerde zag ik dat ze desondanks een mondkapje droeg. Weliswaar met woeste, donkere kijkers daarboven, maar we weten allemaal welke discrepantie ik direct opmerkte in relatie met de tekst op haar rug. En gezien mijn beschrijving van haar persoontje kun je ook begrijpen waarom ik toch maar geen grapje daarover maakte en gewoon verder liep.

Pas met het uitladen van de boodschappenkar merkte ik dat ze vóór mij bij de kassa stond en met een tweede keer zicht op de combinatie tekst + mondkapje kon ik een spontane lach toch niet onderdrukken. Die ze opmerkte en beantwoordde met een blik die van boos naar woedend schakelde. Het was duidelijk dat ze niet opmerkte dat mijn lach vriendelijk bedoeld was.

Ik heb ‘t daar dus maar bij gelaten en mijn blik van haar afgewend, zoals dat verwacht wordt bij zulke trotse jongeren, want de hormonen beheersen op die leeftijd nog zodanig het denken dat ik het lastige maatschappelijke thema, dat ze in feite met haar aankleding zelf aanroerde, waarschijnlijk niet uitgelegd zou krijgen. En bovendien: we weten niet precies wat de toekomst nog gaat inhouden, maar als het van haar karakter moet afhangen gaat ze ‘t wel redden. Way to go, girl!

En ja, ik zei ‘halfbloedje’. In mijn kring kun je dat gewoon zeggen en dan snapt iedereen dat dat een compliment inhoudt. Halfbloedjes zijn mooi om te zien. Fuck ‘m wie dat van de straat wil halen en er een politiek beladen onderwerp van maakt.

“I feel nothing for their game where beauty goes unrecognized” – Bob Dylan

Over de auteur

Hielke de Boer heeft meer dan dertig jaar in de financiële sector gewerkt bij zowel internationaal opererende bedrijven als kleine sociaal-culturele instellingen. Zijn columns betrekken de maatschappelijke ontwikkelingen in een context van geopolitiek, culturele verschijnselen en historische achtergronden.