Column: Van zonde tot gezondheid

Column: Van zonde tot gezondheid

COLUMN – Toen de voormalige student rechten Maarten Luther, inmiddels priester en ‘doctor der Heilige Schrift’, in het jaar 1517 zijn 95 stellingen schreef had hij in zijn vrome naïviteit waarschijnlijk geen idee dat hij aan de poten van de macht zat te zagen. Hoewel hij een paar jaren daarvoor bij een bezoek aan Rome deze stad al de ‘zetel van de Duivel’ had genoemd schreef hij enkele brieven aan vertegenwoordigers van de paus om misstanden rechtgezet te krijgen, in de oprechte veronderstelling dat de paus het wel met hem eens zou zijn.

Kernpunt van zijn klacht handelde over het kwijtschelden van zonden, waarvoor men dan bij de Katholieke Kerk moest biechten en berouw tonen. Kwijtschelding van de schuld was na het berouw nog niet zeker, maar de kerk had hiervoor al eeuwen geleden de zogeheten ‘aflaat’ geïntroduceerd, waarmee men kort gezegd de boetedoening kon afkopen. Dat leverde twee voordelen voor de kerk op: naast een zekere stroom van inkomsten hield men de mensen ook gebonden doordat de kerk in naam van alle heiligen de straf liet opheffen (die heiligen namen het dan van je over of zo). Het voordeel voor de gelovige was dat het wellicht pijnlijke proces van de gevolgen voor je zonden zélf ondergaan kon  worden ontlopen. Een win-winsituatie zouden we in onze tijd zeggen.

(Op)recht in de leer als hij was kreeg Luther een probleem met deze praktijk, want als mensen bij hem hun zonden kwamen opbiechten lieten ze hem direct ook hun aflaten zien, waardoor hij ze als biechtvader geen boetedoening meer kon opleggen. Daar zit een heel theologisch dispuut aan vast waar ik het maar niet over ga hebben, maar Luther vond het dus niet kloppen dat je zo je slechte levenswandel kon afkopen zonder dat je daar zelf al teveel moeite voor hoefde te doen. Als je behept was met eetverslaving, hebzucht of jaloezie kon je daarna dus gewoon doorgaan met je slechte gewoontes want de kerk had dit al voor je afgekocht. Of anders gezegd: de kerk speelde handig in op de gemakzucht van de meeste mensen (koop effe een aflaat dan hoef je je niet meer schuldig te voelen) en sneed hiermee tegelijkertijd de pas af naar het nemen van je eigen verantwoordelijkheid (waarmee de binding met de kerk natuurlijk losser wordt).

En macht over anderen bestaat veelal uit het wegnemen van de mogelijkheid van mensen om zelf verantwoordelijkheid over hun leven te nemen.

In zijn ijver om het goede te doen vertaalde Luther tot overmaat van ramp ook nog eens de bijbel in de Duitse volkstaal, zodat de mensen nu eens, zonder tussenkomst van priesters, zelf konden lezen wat er in dat boek stond. Dat er later vele afsplitsingen binnen de Protestantse Kerk waren laat zien dat dit nog niet alle misstanden uit de wereld hielp, want het probleem van de interpretatie van de teksten bleef tot op de dag van vandaag, maar de eenduidige autoriteit van de Katholieke Kerk was hiermee wel een aardige slag toegebracht. Mensen konden voortaan zelf kennis nemen van wat er nou eigenlijk in dat boek stond en enkel de Heilige Schrift, ‘Sola Scriptura!’, kon in Luther’s ogen leidend zijn voor een deugdzaam leven. Aan dit principe hield hij zich met de vaste overtuiging dat het ‘onzeker en gevaarlijk is tegen het geweten te handelen’. Tegenwoordig nemen wij bij het geweten wat minder gauw de Hoogste daarin mee, maar het argument van je beroepen op je geweten is zo normaal geworden dat het zelfs in de Grondwet is vastgelegd. Niet dat deze historie Luther tot een soort vrijheidsstrijder avant la lettre maakt, want in de Duitse Boerenoorlog (1524 – 1525) stond hij zonder aarzeling aan de kant van de macht, de Duitse vorsten,  waardoor men in de Nederlanden op zoek ging naar een andere ideoloog en uiteindelijk het Calvinisme ging aanhangen. Ook riep hij op tot het in brand steken van synagogen en het om zeep helpen van iedereen die niet in de Drie-Eenheid geloofde (waar Calvijn overigens ook niet zo’n moeite mee had), maar dat terzijde.

De manager als premier

Zeshonderd jaar later kijk ik tegen de welgevormde kont van een blondine aan, die met een modieus gescheurde spijkerbroek, uitdagend bloot topje en een smartphone achter op de scooter bij haar Turkse vriendje zit en irriteer ik mij aan zijn rijgedrag waardoor ik hen niet kan inhalen. Waarschijnlijk heeft ze geen idee dat een brief van Luther aan de aartsbisschop, in hetzelfde land, er makkelijk anderhalve maand over deed om überhaupt onder de ogen van de geadresseerde te komen en welke techniek er voor nodig is om haar onnozele appje in luttele seconden in Australië te doen belanden, een deel van de wereld waarvan Luther het bestaan nog niet eens kon weten. In zeshonderd jaar is er veel veranderd en is er veel waardevols toegevoegd aan een beschaving die zich, mede dankzij Luther, moeizaam aan de middeleeuwen ontworstelde, maar je vermoedt dat al dat waardevolle niet  besteed is aan dat moderne, jonge grut op een Felyx-deelscooter (you don’t own it and you are happy). Zij zien de materie, niet de principes en historie die dat alles mogelijk maken.

De scooter vertraagde mij dusdanig dat ondertussen mijn gedachten richting een ander gestudeerd persoon gingen,  eentje die zich doctorandus mag noemen na een studie geschiedenis. Wat je daarmee zoal kunt mag blijken uit de loopbaan van Mark Rutte, over wie ik het dus heb, die na het behalen van zijn bul het van personeelsmanager tot directeur Human Resources schopte bij Unilever. Ik heb wel vreemdere carrière-switches gezien,  helemaal als je bedenkt dat zijn vader vertegenwoordiger van een handelsonderneming was. De appel viel dus niet heel ver van de boom. Door zijn lidmaatschap van de VVD was het een een-tweetje dat hij uiteindelijk op de stoel van staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid belandde. Vreemd was ook dat niet omdat men op die plek een manager wilde hebben, want sinds Lubbers ons land had omgedoopt tot de BV Nederland was men in de politiek, naast andere ontwikkelingen in de jaren ’90, gewend geraakt aan het bedrijfsmatig besturen van een land. Sinds 2010 hebben we dus een door de wol geverfde manager als premier.

Nu heb ik de man nooit interessant gevonden, dat hij last heeft van een slecht functionerend geheugen bleek al in 2009 toen hij pleitte voor het opheffen van het verbod op Holocaustontkenning (“Hoe onzinnig het ook is dat iemand de Holocaust ontkent, verbieden moet niet!”) om vervolgens na veel weerstand te ontkennen dat hij dit gezegd had. In het verlengde hiervan geeft dat ook te denken over het niveau van de Tweede Kamer: het feit dat iemand consequent is in zulk gedrag en al die jaren als hoogste baas werd geaccepteerd i.p.v. dat ze hem met pek en veren van het Binnenhof afgeschopt hebben, is bepaald geen verdienste te noemen van onze parlementariërs. Hoe dan ook, mijn aandacht werd vorig jaar dan toch getrokken toen hij vorig jaar, na het instellen van de eerste lockdown, de opmerkelijke uitspraak bezigde: “We zijn voorbij de start, maar nog niet voorbij het begin”. Het was het zoveelste moment dat je Kamervragen zou verwachten (welk begin? wat is er dan nog niet begonnen?), maar nee, het moment ging geruisloos voorbij.

Het was een jaar waarin wij als volk wat nader kennis maakten met die 180 graden tactieken van de man, bijvoorbeeld toen de druk om te testen werd opgevoerd en er aan hem gevraagd werd of hij zich wel had laten testen i.v.m. zijn buitenlandse reizen. Het antwoord “Nee, als je geen klachten hebt heeft het geen zin om je te laten testen” had misschien bij een meer temperamentvol volk een massale reactie ontlokt, maar net als bij de comateuze Tweede Kamer liet het merendeel van de Nederlandse bevolking dit niet binnenkomen en liep braaf naar de dichtstbijzijnde testlocatie.

De Rutte-doctrine

Er bestaat zoiets als de ‘Rutte-doctrine’. Deze houdt in dat onze premier zonder samenspraak allerlei zaken in werking stelt en pas als ze een voldongen feit zijn ze aan de Tweede Kamer voorlegt. Tot die tijd houdt hij zijn mond hierover stijf dicht. Op briljante wijze heeft Gideon van Meijeren deze werkwijze afgelopen week blootgelegd door te beginnen met de vraag aan de premier wat nou eigenlijk zijn mening was over het boek ‘Covid 19, The Great Reset’, waarin het plan ontvouwd wordt om onze nationale democratie te vervangen door een globale technocratie. Rutte antwoordde hierop dat hij dit boek niet kent en dat je dat soort zaken niet al te serieus moet nemen, hij bekeek dat zelf ook weleens op YouTube, maar uiteindelijk zijn dat volgens hem allemaal ‘conspiracy’ (het Nederlandse woord ‘samenzwering’ is hem blijkbaar vreemd?) theorieën die ontspruiten aan de geest van fantasten.

Na deze uitspraak haalde Gideon een brief gedateerd 26 november 2020 tevoorschijn, waarin Rutte persoonlijk de heer Schwab bedankt voor het toezenden van dit boek en dit zelfs een ‘hoopvolle analyse voor een betere toekomst’ noemt. Ook het 6uild 6ack 6etter blijft niet onvermeld. Zoals gewoonlijk lult Rutte zich hier weer onderuit als was het een ‘nette bedankbrief’, maar dat hij het boek toch echt niet gelezen heeft. Op de opmerking van Gideon dat het dan gepast zou zijn als hij  even zijn excuses maakt aan professor Schwab omdat hij het boek niet heeft gelezen en daar dus over gelogen heeft, maakt de premier weer zo’n bijzondere opmerking: “… de heer Schwab volgt op de voet alle Kamerdebatten, dus dat komt goed”. Wederom geen vraagtekens vanuit de Kamer hierover. Ook het feit dat hij het boek wegzet als een ‘conspiracy’ dat je absoluut niet serieus moet nemen, en dan later zegt dat hij het vorige boek ‘The Fourth Industrial Revolution’ (dat eenzelfde thema heeft) wél heeft gelezen en er nog aan toevoegt dat hij “het grootst mogelijk respect” voor Schwab heeft, is voor mij wel weer een bevestiging dat er iets niet in orde is met de man. Althans in mijn ogen is het een gotspe van jewelste als je in één adem iemand wegzet als conspiracy theorist om hem vervolgens op te hemelen als iemand die van grote waarde is voor de internationale betrekkingen.

Op een doorzichtige, en voor sommige bewonderaars handige, manier wordt hier voor de zoveelste keer het onderwerp van de Grote Herstart omzeild, waarvoor de corona-crisis als ‘window of opportunity’ wordt beschouwd, maar de manoeuvres die de premier ook hier weer maakt doen toch sterk denken aan de ‘Rutte-doctrine’: terwijl deze tot niets leidende debatten in de Tweede Kamer gevoerd worden dramt Frans Timmermans het klimaatprogramma ‘Fit for Fifty-five’ erdoor op Europees niveau, waaraan alle EU-landen geacht worden mee te doen. Volgens de eurocommissaris zal ons leven er daardoor drastisch anders uit gaan zien: “Het gaat over hoe we wonen, hoe we werken, hoe we ons verplaatsen: al die dingen veranderen hierdoor”. Het idealisme waarmee geschermd wordt kan moeilijk verbloemen dat het programma precies past in de Great Reset van het World Economic Forum. De Nederlandse overheid gaat hier met volle instemming in mee, maar de bevolking wordt hier onwetend over gehouden middels de verstikkend aanhoudende 1,5 meter,  test- en vaccinatiecampagne, waarmee er een constante aandacht op het ‘killervirus’ wordt gehouden.

Op de vraag of Rutte de positieve testen ook als zodanig in de persconferenties wil benoemen, en niet als besmettingen omdat de test dat niet aantoont, antwoordde hij arrogant: “Dat verschil snappen de mensen thuis toch niet”. Het is de arrogantie van de aloude regent die je voortdurend recht in je gezicht voor dom uitmaakt en tegelijk aan de betere verstaander duidelijk maakt dat er wel degelijk nog een heersende klasse in de wereld aanwezig is die, zij het onuitgesproken, geen tegenspraak duldt. Eenzelfde elitaire arrogantie kunnen we Maarten Luther ook aanwrijven die, als het er op aankwam, zich aan de zijde van de heersende klasse van die tijd schaarde. Door beiden worden andersdenkenden ook makkelijk buiten het paradigma geplaatst, hoewel je mag hopen dat de 21e-eeuwse Rutte daar wat minder rigoreus in zal zijn als Luther met zijn oproep tot moord en brandstichting. Het grote verschil is echter dat Luther zich wel degelijk om het welzijn van het welwillende deel van de bevolking bekommerde en hen door o.a. de vertaling van de Bijbel tot meer ontwikkelde mensen probeerde op te voeden. Zijn ‘hier sta ik, ik kan niet anders’ staat in schril contrast met de glibberige leugenachtigheid van onze premier die er bepaald niet op gebrand is om de bevolking in te lichten over de toekomst die hun te wachten staat en de voldongen feiten liever als kaarten achter de rug houdt totdat deze niet meer terug te draaien zijn.

Waar Luther, ondanks zijn klasse-bewustzijn, toch aandrong op het nemen van je eigen verantwoordelijkheid, zet Rutte een beleid in dat ingrijpt op het zelfbeschikkingsrecht over je eigen lichaam.

‘Zuiverheid’ of ‘verbetering van de mens’ is bij de heersende klasse een telkens terugkerend thema, gaat het niet om zieleheil dan is het wel raszuiverheid of, zoals in onze tijd, een biotechnologische verbetering die ons via ‘nano particles’ moet inpluggen in de naderende technocratische wereld. Voor de zoveelste keer in de geschiedenis de boodschap dat het allemaal beter zal worden als we de autoriteit maar volgen. Er is veel veranderd, er is weinig veranderd. Maar bij de religieuze Luther moest je gezuiverd worden middels de boetedoening nádat je een zonde had gepleegd, wat mij nog best logisch in de oren klinkt. Bij de neoliberale, transhumanistische Rutte moet je lichaam middels een gentherapie verbeterd worden terwijl er niks mis is met je gezondheid, wat je doet afvragen of gezondheid überhaupt wel het doel is.

Hier aangekomen in mijn gedachten moest ik linksaf slaan en reed het scooter-koppel gelukkig rechtdoor. De welgevormde kont verdween uit mijn zicht en ik bedacht me dat er een tijd is geweest dat zo’n uitzicht aanleiding was voor heel andere gedachten. Je wordt oud, Hielke. Hopelijk wel.

Over de auteur

Hielke de Boer heeft meer dan dertig jaar in de financiële sector gewerkt bij zowel internationaal opererende bedrijven als kleine sociaal-culturele instellingen. Zijn columns betrekken de maatschappelijke ontwikkelingen in een context van geopolitiek, culturele verschijnselen en historische achtergronden.

Foto: Tiedo Groeneveld