Column: Wachtstand

Column: Wachtstand

Ik kreeg ooit een negen voor conflict hanteren, het zal ergens begin 2006 zijn geweest.

De docent, type grijze muis, prees mijn rust en empathisch vermogen, we deden een rollenspel. De exacte casus is me ontschoten. Het was iets met een hele boze klant, type niet voor rede vatbaar. Het soort waar telecomproviders dagelijks de handen vol aan hebben. Missie: trek de angel er effe uit, doet er niet toe hoe, als het geheel maar positief eindigt. De leraar nam zijn rol als gefrustreerde beller serieus, voor de vorm simuleerde hij een telefoontoestel. “Tring tring!”. Vraag een willekeurig persoon een telefoontoestel te imiteren, en je hoort tring tring of tuut tuut, niemand zal een Samsung-ringtone nabootsen. Dit terzijde.

Tien minuten na tring tring lag de hoorn op de haak, figuurlijk, de “klant” krabbelde wat laatste aantekeningen op papier, ik wachtte geduldig af. Het gevoel was goed. Valse bescheidenheid leek overbodig en vooral erg vals, een prima inschatting, zo bleek toen de klant weer docent was geworden. “Je hebt het fantastisch gedaan, ik heb hier niets op aan te merken, je krijgt een negen.” Ik euforisch, mijn negens waren zeldzaam, gym niet meegerekend. De egotrip liet zich nauwelijks onderdrukken, bewezen was dat je een conflictje wel aan mij over kon laten. In een flits zag ik mezelf als rijdende rechter door het land crossen, onderweg naar relletjes over ongesnoeide coniferen, pogend ruziënde huisvrouwen tot bedaren te brengen. Ik zou de koning worden van het geschil, een carrière als mediator lag in het verschiet, met geweldige uurtarieven en een dikke BMW. Zelfs in villa’s met vloeren vol gesneuveld servies zou ik, heerser van de harmonie, de boel in een handomdraai gelijmd krijgen.

Bleef natuurlijk de vraag waarom de negen geen tien was, het kon blijkbaar nog beter. Hoe dan? Een blik op het beoordelingsformulier gaf de verklaring, er stond een kruisje achter wachtstand. Toelichting: ik had de klant niet in de wacht gezet om alles rustig uit te zoeken, dat was een vereiste. De leraar legde uit dat de wachtstand zorgt voor structuur, ik knikte bevestigend maar luisterde half, in mijn achterhoofd zat vooral de negen, een cijfer waarmee ik prima kon leven.

Vijftien jaar later, op een vrijdagmiddag in het voorjaar van 2021, zat ik aan de keukentafel, achter een laptop, toen de telefoon ging. Het thuiswerken kwam mijn neus uit, ik stond op het punt af te sluiten, met gepaste tegenzin nam ik op. Er was iemand boos. Het ging nergens over, het ging snel. Mijn stoppenkast begaf het direct. Pure kortsluiting. Rust en empathie waren tijdelijk niet leverbaar. Wat ik precies zei weet ik niet meer, het was voldoende om het gesprek abrupt te beëindigen. In het verleden behaalde negens bieden geen garantie voor de toekomst. Ik dacht aan de docent, vroeg me af hoe hij het zou beoordelen. Overal kruisjes, geen vinkjes, en dan die wachtstand wéér vergeten. Dat bleef toch een dingetje.