Column: Bouwmeesters van de maatschappij

Column: Bouwmeesters van de maatschappij

COLUMN – Er was eens …. niets, helemaal niets. Dat wil zeggen, er liepen wel een stelletje wilden en barbaren rond op een stukje van de aarde, maar een beschaving kon je het toch niet echt noemen. Ze deden maar wat, goeddeels nog aangedreven door instinct en een drang tot overleven. In de loop van de tijd kwamen er echter een paar slimme koppen die de boel wat gingen organiseren en zaken als grammatica en wetenschap uitvonden, zodat van daaruit iets opgebouwd kon worden dat we tegenwoordig ‘beschaving’ noemen: de roemruchte culturen van bijv. de oude Grieken, Romeinen of Azteken zijn dankzij die organisatievormen in onze geschiedenisboekjes terecht gekomen.

De wetenschap staat niet stil en onderzoekt alles, zo ook dit fenomeen, en men ontdekte dat wat we tegenwoordig een ‘hoge cultuur’ noemen altijd op drie pijlers rust: natie, religie en beschaving. Dit is wat men dan de ‘politieke formule’ pleegt te noemen. In elke hoge cultuur zien we deze drie pijlers terug en in de meeste gevallen zijn deze op een min of meer natuurlijke wijze tot stand gekomen, niet van bovenaf opgelegd maar een identiteit die vanuit het volk zelf is voortgekomen. Meestal ontstaat er dan iets van een leiding die de taak heeft deze organisatie in stand te houden, te verfijnen en mee te laten veranderen met ontwikkelingen in de tijd. Zo kon bijvoorbeeld vanuit een oerbeleving uiteindelijk het pantheon van goden in Griekenland ontstaan, een doorontwikkeld religieus aspect van een samenleving, dat op zichzelf weer een aansporing vormde voor de ontwikkeling van vooral de beeldende kunsten. De Romeinen en Azteken hielden zich intensief bezig met staatsinrichting. Het bestuderen en uitwerken van die politieke formule kan soms ook leiden tot een radicaal andere invulling van één van die aspecten, zoals we kunnen zien aan de vervanging in relatief korte tijd van het Romeinse goden-pantheon door een nieuwe religie, het christendom. Dergelijke breuken met het verleden worden meestal ingegeven door politieke motieven, zoals bijvoorbeeld ook het ontstaan van de Anglicaanse kerk onder Hendrik VIII, die niet zozeer disloyaal was aan het kerkelijk gezag als wel meer prioriteit gaf aan het probleem van de erfopvolging.

Zulke hervormingen zijn altijd gedurfd, omdat ze door het volk als kunstmatig kunnen worden ervaren en dus vervolgens kunnen worden verworpen. Zonder de instemming van het volk zelf begin je niets. Als je te rigoreus hervormt heb je kans op ondergrondse, illegale bewegingen, zoals bijv. de Oosters Orthodoxe kerk ondergronds ging in de beginjaren van de Sovjet Unie. Tijdens de oorlogsjaren zag Stalin in dat de gedwongen afschaffing een fout was geweest die hij dan ook royaal herstelde met zelfs het aanstellen van ambtenaren die tot taak kregen de kerk in alles bij te staan in de uitoefening van haar functie.

In veel gevallen komt een nationale identiteit dus op een natuurlijk wijze tot stand, een cultuur die van binnenuit door een volk zelf wordt voortgebracht en het is aan de leiding, of heersende klasse, om dit proces te bewaken en in goede banen te leiden. Een enkele keer wordt zo’n identiteit echter van bovenaf opgelegd, de heersende klasse heeft de neiging om zichzelf als de bouwmeesters van de maatschappij te beschouwen en te vergeten dat de identiteit van een volk van binnenuit ontstaat en slechts beschermd kan worden, en meestal niet moedwillig gecreëerd kan worden. Soms echter zijn de tijden dermate nijpend dat die bovenliggende klasse een kans ruikt en zien we dus gebeuren dat een kleine minderheid een nieuw model opdringt aan de meerderheid. Zo kon de Russische revolutie ontstaan doordat het tsaristische model niet meer functioneerde en het gebrek aan goede organisatie tot telkens terugkerende hongersnoden leidde. Een aantal groepen, zoals de mensjewieken en de bolsjewieken, zagen met de zwakke tsaar Nicholaas II een kans om hun nieuwe maatschappijmodel in te voeren in het verdeelde Rusland. De bolsjewieken kregen uiteindelijk de meeste steun vanuit de bevolking waardoor, zelfs nadat een twintigtal andere landen zich met de burgeroorlog bemoeiden waaronder Groot Brittannië en de Verenigde Staten, na verloop van tijd de Sovjet Unie kon ontstaan.

Andere voorbeelden van zo’n maatschappijmodel dat van bovenaf is gecreëerd zijn o.a. nazi-Duitsland en ….. ons eigen Nederland. Voordat Willem van Oranje een eenheid van dit zootje ongeregeld probeerde te maken, een drassig land met een diversiteit aan bevolkingsgroepen dat eigenlijk niemand wilde hebben, werd het als het feodale aanhangsel van Duitse keurvorsten en Spaanse conquistadores beschouwd. Die hier voornamelijk langskwamen om penningen van de burgerbevolking te heffen. Een bevolking die van origine geen eenheid was, diverse dialecten sprak en meerdere munt- en gewichtseenheden er op nahield. In de ogen van buitenlanders was het geen land: “Nederland was vanaf de schepping van de wereld geen woonplaats voor de mensen”, stelde een Engelse auteur in een observatie over ‘Holland’. Alleen echt land dat “brood om te eten en hout en stenen om te bouwen opleverde”, was geschikt om te bewonen en wie dit principe negeerde was een “usurpator die de vissen van hun woonplaats beroofde”. Nog tijdens de Gouden Eeuw in 1651 schreef Andrew Marvell: “Holland, dat amper de naam verdient van land, dan alleen als weggespoeld Engels zand … dat onverteerde braaksel van de zee, viel de Hollanders terecht ten deel.”. En zelfs Napoleon kon het in 1810 niet laten om ons land te omschrijven als “slib, daar afgezet door enige van de belangrijkste rivieren van mijn rijk”.

Ik haal deze teksten maar even aan om te illustreren met welke tegenkrachten je te maken kunt hebben als je als volk en land soevereiniteit nastreeft. De vorming van de natie had dan ook een sterke nadruk op religie en staatsinrichting, ook al omdat deze niet vanzelf volgden uit de geografische en natuurlijke omstandigheden. Het feit dat de scheiding van het droge en het natte zo goed lukte schreef men toe aan Gods landbelofte. Want dat het land niet veroverd was op anderen gaf het in de ogen van de bevolking een soevereiniteit zonder menselijke tussenkomst, als een direct verbond met het Hogere, zoals ook destijds het Joodse volk een direct verbond met het Hogere kende. Deze associatie was een verzonnen concept, dat door een opkomende elite slim aan de bevolking werd verkondigd als waarheid. Door deze benadering werden ook de diverse verschillen in geloof, waarvan de protestantse stroming weliswaar de dominante was, overbrugd en religieuze twisten na verloop van tijd overwonnen. In het verlengde hiervan is het liberale karakter te verklaren waardoor Nederland voor vele wetenschappers, filosofen, handelslieden en andersgelovigen een veilig toevluchtsoord werd in die tijd, waarin de rest van Europa nog goeddeels in het feodale tijdperk verkeerde. In Nederland werd een nieuwe invulling van de politieke formule uitgevonden waarvan veel facetten later door andere landen werden overgenomen en dat zelfs goeddeels als blauwdruk voor de constitutie van de Verenigde Staten heeft gediend.

Een belangrijk verschil met alle voorgaande naties was dat het bestuur niet voortkwam uit de traditionele elite, de adel, maar uit de burgers van de steden die rijk geworden waren door de handel. Een nieuwe klasse kwam naar voren die later in de 19e eeuw door Marx en anderen als bourgeoisie zou worden aangeduid. Fenomenen als de oprichting van de V.O.C. (1602) en de Amsterdamse Wisselbank (1609), die geldt als de eerste vorm van een centrale bank, gaven de eerste impulsen voor wat we later als het kapitalisme hebben leren kennen en wat ook nu nog de dominante sociaal-economische maatschappijvorm is in het Westen, zij het met steeds andere accenten en meer of minder afgebakend door nationale wetgevingen.

Zoals we allemaal weten hebben politieke modellen een beperkte levensduur die we kennen in drie fasen: opkomst, bloeitijd en ondergang. Zo zijn de Sumeriërs verdwenen in loop van de tijd, de Chinese dynastieën kwamen en gingen en de Arabische cultuur heeft na lange tijd beeldbepalend geweest te zijn in de wetenschappen haar voorsprong weer uit handen moeten geven. Het schrikbeeld voor elke maatschappij is de ondergang van het Romeinse rijk, de decadentie die op het eind haar verzwakking weerspiegelde wordt tegenwoordig wel aangehaald om te duiden in welke fase het Westen zich nu bevindt. Er zijn inderdaad parallellen, zoals bijvoorbeeld ook de geldontwaarding bij de Romeinen op het laatst een probleem werd. De ineenstorting van het financiële systeem werd in 2008 nog even tegen gehouden, maar half september 2019 dreigde een instorting van de Amerikaanse repomarkt (van repurchase). Het voert op deze plek te ver om uit te leggen wat dit inhield, maar de gevolgen konden wereldwijd desastreus zijn en om te redden wat er te redden viel heeft de Federal Reserve toen als een gek dollars bij zitten drukken. In maart 2020 was er al voor 9 biljoen dollar (9.000 miljard) nieuw geld gecreëerd. Maar liefst 1.332 CEO’s hadden tegen oktober 2019 hun post verlaten, als ratten die een zinkend schip ontvluchtten.

In maart 2020 (!) vond tenslotte op de aandelenmarkten een instorting van prijzen plaats zoals sinds Black Monday in 1987 niet meer was voorgekomen. Eind mei 2020 hadden de G20-staten bij elkaar zo’n 7 biljoen dollar aan bestedingen, belastingverlichting en steun uitgegeven, meer dan 10 procent van hun gezamenlijke nationaal product. Door dit alles zou er een oncontroleerbare inflatie zijn ontstaan maar door de economie op slot te gooien (de lockdowns!) is dit dus voorkomen.

Dat de middenstand door diezelfde maatregelen wordt uitgeroeid is geen verrassing: al jaren is er een beweging om het fysieke winkelen te vervangen door online aankopen bij Bol.com, Amazon etc. en ook elektronicagiganten als Media Markt en supermarkten gaan in deze trend mee. Door belastinghervormingen werd het al steeds lastiger gemaakt voor zelfstandig ondernemers. Sociale contacten worden door het digitale verkeer steeds losser en in de ‘smart city’ van de toekomst kan elke transactie worden geregistreerd en kan de winkelstand worden geëlimineerd. Een meer gecontroleerde maatschappij is hiervan het automatische gevolg.

In de Sovjet Unie van de jaren ’60 was de techniek al zo ver dat men daar toen al een internet-structuur had kunnen aanleggen waarmee de hele economie aangestuurd had kunnen worden. De toch al efficiëntere planeconomie zou daarmee op een voorsprong van minstens 20 jaar op het Westen zijn gekomen. Het idee werd door de toen heersende elite onder leiding van Krushchev afgeschoten en de wetenschapper die met dit plan kwam werd op een zijspoor gezet. De reden: de economie en geldstromen zouden dermate transparant zijn geworden dat er voor de bovenlaag in de maatschappij geen ruimte meer geweest zou zijn om te sjoemelen, corruptie zou totaal uitgebannen worden. Waar we nu mee geconfronteerd worden lijkt op dat idee van die Russische wetenschapper, met dit verschil dat de transitie van bovenaf opgelegd wordt zonder dat de bevolking daar een actieve rol in speelt. Transparantie is ver te zoeken, alleen al in de Tweede Kamer lijkt het een taboe geworden te zijn om op onderwerpen door te vragen. Het is eerder zo dat vanaf begin 2020 de aandacht van het financiële debacle wordt afgeleid, terwijl langzamerhand kreten als 6uild-6ack-6etter wel tot het grote publiek zijn doorgedrongen. Na het voorgaande verhaal lijkt me nu wel duidelijk dat dat heropbouwen niet het gevolg is van een virus.

We zitten midden in de geschiedenis en de heersende klasse voelt zich duidelijk weer de bouwmeesters van de maatschappij met al hun SDG’s (Sustainable Development Goals) en andere zaken die onder de Grote Herstart genoemd worden. Echter, het lijkt in alle opzichten op een fotonegatief van voorbeelden in het verleden: waar destijds een beroep werd gedaan op moed en gemeenschapszin wordt er nu aanhoudende angst voor een onzichtbare vijand gepropageerd en ondanks de tot vervelens toe herhaalde kreet ‘samen’ wordt de toch al individueel ingestelde gemeenschap juist tot meer afstandelijkheid opgeroepen, waardoor elke kracht die er van groepering uit zou kunnen gaan bij voorbaat wordt voorkomen. Het lijkt me evident dat die bovenliggende klasse, die zelf met haar tomeloze hebzucht die economie heeft verruïneerd, er niet in het minst belang bij heeft dat de bevolking bij hun corrupte zaakjes wordt betrokken en daar haar oordeel over kan uitspreken. Dus leid je de aandacht af, met wat dan ook, want er is niets zo erg als dat je de woede van het volk over je afroept. Je hoeft daarbij alleen maar te denken aan de Franse revolutie.

Wat er gebeurt is precies het omgekeerde als wat er bij de opbouw van naties in het verleden werd gestimuleerd. Ogenschijnlijk wordt er een beroep op je verantwoordelijkheidsgevoel gedaan, maar wat er feitelijk gebeurt is dat het initiatief daartoe je uit handen wordt geslagen. Voor je ogen wordt de oude maatschappij afgebroken, zoals dat vroeger met oorlogen gebeurde maar nu dus met de ogenschijnlijk minder dodelijke maatregelen en lockdowns, en wordt er door de zelfbenoemde bouwmeesters een nieuw maatschappijmodel opgetuigd waar niemand van ons enige inbreng in lijkt te hebben. Wat niet zo verwonderlijk is: de natie die we met zoveel moeite hebben gewonnen op het water en zoveel vijandelijke legers wordt nu door onze eigen overheid verkocht en geïnternationaliseerd en we staan niet heel ver meer van het punt dat complete landen in het bezit komen van miljardairs en corporaties (meer dan de helft van de landbouwgronden in bijv. de VS is in handen van één investerende miljardair, in India wordt op grote schaal onteigend waardoor een half miljard mensen die het moeten hebben van kleinschalige landbouw niet meer in hun levensonderhoud kunnen voorzien en deze trend zet zich wereldwijd door, ook hier in Nederland).

Het Westen transformeert langzamerhand in één grote oligarchie, waar een duidelijk aan te wijzen bovenliggende klasse is ontstaan die geen boodschap meer heeft aan andere klassen zoals de middenstand of de boerenstand, maar alle burgers op één hoop veegt. De bevolking wordt daarbij als ‘asset’ bekeken, als kapitaalgoed dus, en men heeft er natuurlijk geen belang bij dat dat kapitaalgoed een eigen inbreng heeft. Op het eind van haar imperialistische levensduur vreet het kapitalisme nu haar eigen kinderen op.

Over de auteur

Hielke de Boer heeft meer dan dertig jaar in de financiële sector gewerkt bij zowel internationaal opererende bedrijven als kleine sociaal-culturele instellingen. Zijn columns betrekken de maatschappelijke ontwikkelingen in een context van geopolitiek, culturele verschijnselen en historische achtergronden.