Winant to the rescue

Winant to the rescue

COLUMN – “Dat heb je knap gedaan”, zegt Winant als hij zijn hoofd om de hoek van de kamer steekt.

Bert van Vondel

Niet veel eerder had ik met hamer en beitel een stuk muur uitgeslagen en een daarin verborgen elektriciteitsleiding blootgelegd. “Ja, knap he? En dat ook nog zonder daarvoor doorgeleerd te hebben precies in het midden daarvan de accuboor geparkeerd”, antwoord ik.

Winant Ketner, een elektrotechneut uit Beijum parkeert zijn donkere draagtas op de grond en haalt daaruit wat techneutentools tevoorschijn. Vakkundig en snel herstelt hij het euvel van de verbroken verbinding en zet een kunststoffen kous om het geheel, de stroom kan er weer op. We praten nog even na bij een bak koffie, fijn dat hij zo snel tijd had. Leuke gast ook en een veelzijdige vrije jongen, dat is hij zeker.

Verschillende buurtgenoten en Stadjers kennen Winant misschien nog uit de tijd dat hij mee knutselde aan en bij het Repair Café. Nu is de all-round zelfstandig servicemonteur vooral te vinden in de scheepvaart, daar houd hij zich al ruim 20 jaar bezig met vermogenselektronica en besturingstechnieken, maar draait hij zijn hand ook niet om voor defect geraakte elektrische systemen aan de wal en in Beijum, een buurt waarin hij zelf woonachtig is en ook goed bekend staat.

Dinsdagmiddag stond hij nog even te buurten bij de loempiakraam van Kuhn, ook al een bij veel buurtgenoten bekende Vietnamese Groninger die de eerste drie weekdagen bij de Lidl zijn standplaats heeft. Terwijl hij daar zijn loempiaatje weghapte liet hij tussen neus en lippen vallen dat hij gevraagd was woensdagmorgen een doorboorde elektrische leiding in de Hiddemaheerd te herstellen. “Kleine wereld,” lachte Kuhn, “ik weet ervan, de man waar je zo heen moet komt hier ook geregeld een hapje halen, doe hem de groeten van me.”

Nadat hij de laatste Vietnamese hap had weggewerkt, zwaaide Winant af met de boodschap dat hij dat laatste zou doen. “Enneh.. je weet het he? Als iemand een goede techneut zoekt, kun je ze altijd mijn e-mailadres geven, zolang het maar niet gaat om stucken of tegelen.”

Foto: Winant Ketner